Art. 17 Verordening (EU) 2016/2031, Uitroeiing van EU-quarantaineorganismen

Verordening (EU) 2016/2031

1. Indien het bestaan van een van de in artikel 11, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde situaties officieel is bevestigd, neemt de bevoegde autoriteit onmiddellijk alle fytosanitaire maatregelen die noodzakelijk zijn om het betreffende EU-quarantaineorganisme in het betrokken gebied uit te roeien. Deze maatregelen worden genomen overeenkomstig bijlage II.

Die uitroeiingsverplichting is niet van toepassing wanneer een uit hoofde van artikel 28, lid 2, vastgestelde uitvoeringshandeling betreffende dat plaagorganisme anders bepaalt.

2. De bevoegde autoriteit onderzoekt onverwijld wat de oorzaak van de aanwezigheid van het betrokken EU-quarantaineorganisme is, met name wanneer die aanwezigheid mogelijk verband houdt met het verkeer van planten, plantaardige producten of andere materialen, en of het zich als gevolg van dat verkeer naar andere planten, plantaardige producten of andere materialen kan hebben verspreid.

3. Wanneer de in lid 1 bedoelde maatregelen betrekking hebben op het binnenbrengen op of op het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van planten, plantaardige producten en andere materialen, stelt de betrokken lidstaat de Commissie en de overige lidstaten onmiddellijk in kennis van deze maatregelen.

4. De in lid 1 bedoelde maatregelen en de in lid 2 bedoelde onderzoeken worden uitgevoerd, ongeacht of het plaagorganisme aanwezig is op openbaar of privéterrein.

Uitspraken die dit artikel aanhalen