Art. 101 Verordening (EU) 2016/2031, Fytosanitair certificaat voor wederuitvoer uit het grondgebied van de Unie

Verordening (EU) 2016/2031

1. Voor de wederuitvoer van planten, plantaardige producten of andere materialen die afkomstig zijn uit een derde land en vanuit dit, of een ander, derde land zijn binnengebracht op het grondgebied van de Unie, wordt, waar mogelijk, in plaats van een fytosanitair uitvoercertificaat een fytosanitair certificaat voor wederuitvoer vanuit de Unie („het fytosanitair wederuitvoercertificaat”) afgegeven.

Het fytosanitair wederuitvoercertificaat wordt door de bevoegde autoriteit op verzoek van de professionele marktdeelnemer afgegeven indien is voldaan aan alle volgende voorwaarden:

a) de professionele marktdeelnemer is bij de bevoegde autoriteit geregistreerd overeenkomstig artikel 65;

b) de professionele marktdeelnemer heeft de weder uit te voeren planten, plantaardige producten of andere materialen onder zijn beheer;

c) er is voor gezorgd dat de planten, plantaardige producten of andere materialen beantwoorden aan de fytosanitaire invoervoorschriften van het betrokken derde land.

De bevoegde autoriteit geeft eveneens een fytosanitair wederuitvoercertificaat af op verzoek van anderen dan de professionele marktdeelnemers, indien is voldaan aan de voorwaarden van de tweede alinea, onder b) en c).

De bevoegdheid tot afgifte van het fytosanitair wederuitvoercertificaat wordt voor de toepassing van dit lid door de bevoegde autoriteit niet gedelegeerd aan andere personen.

2. Onverminderd de uit hoofde van het IPPC geldende verplichtingen, en rekening houdend met de toepasselijke internationale normen, wordt het fytosanitair wederuitvoercertificaat afgegeven wanneer de beschikbare informatie de bevoegde autoriteit in staat stelt na te gaan of de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen in overeenstemming zijn met de fytosanitaire invoervoorschriften van het betrokken derde land en of is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

a) het origineel van het fytosanitair certificaat dat de planten, plantaardige producten of andere materialen uit het derde land van oorsprong vergezelt, of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan, wordt aan het fytosanitair wederuitvoercertificaat gehecht;

b) de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen zijn sinds hun binnenkomst op het grondgebied van de Unie niet geteeld, geproduceerd of verwerkt met het oog op wijziging van de aard ervan;

c) de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen zijn tijdens de opslag in de lidstaat van waaruit zij naar dat derde land van bestemming moeten worden uitgevoerd, niet blootgesteld aan een risico op aantasting door of besmetting met quarantaineorganismen of gereglementeerde niet-quarantaineorganismen die als zodanig door het derde land van bestemming in een lijst zijn opgenomen;

d) de identiteit van de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen is in stand gehouden.

3. Artikel 100, lid 2, is van overeenkomstige toepassing.

4. Het fytosanitair wederuitvoercertificaat beantwoordt aan de beschrijving en het formaat van het model dat is vastgelegd in bijlage VIII, deel B.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VIII, deel B, om die aan te passen aan de ontwikkeling van de toepasselijke internationale normen.

6. Elektronische fytosanitaire wederuitvoercertificaten worden verstrekt via, of elektronisch uitgewisseld met, een geautomatiseerd informatiemanagementsysteem voor officiële controles op Unieniveau.