Art. 96 Verordening (EU) 2016/2031, Het aanbrengen van een merkteken op houten verpakkingsmateriaal, hout, of andere materialen
1. In elk van de volgende gevallen beantwoordt het merkteken dat op houten verpakkingsmateriaal, hout, of andere materialen is aangebracht als bewijs dat een behandeling in overeenstemming met bijlage 1 bij ISPM15 is toegepast, aan de voorschriften van bijlage 2 bij ISPM15:
a) houten verpakkingsmateriaal dat het grondgebied van de Unie is binnengebracht vanuit een derde land, als bedoeld in artikel 43;
b) houten verpakkingsmateriaal waarop een merkteken is aangebracht op het grondgebied van de Unie, dat het grondgebied van de Unie verlaat;
c) houten verpakkingsmateriaal, hout of andere materialen die binnen het grondgebied van de Unie worden verplaatst, indien aldus voorgeschreven door een op grond van artikel 28, 30, 41 of 54 vastgestelde uitvoeringshandeling;
d) elk ander houten verpakkingsmateriaal, hout of ander materiaal waarop een merkteken is aangebracht op het grondgebied van de Unie.
Het merkteken wordt alleen toegepast indien het houten verpakkingsmateriaal, hout of andere materialen een of meer van de goedgekeurde behandelingen als bedoeld in bijlage 1 bij ISPM15 hebben ondergaan, onverminderd de bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 1005/2009 (28), (EG) nr. 1107/2009 (29) en (EU) nr. 528/2012 (30) van het Europees Parlement en de Raad.
Voor houten verpakkingsmateriaal, hout of andere materialen waarop een merkteken wordt aangebracht op het grondgebied van de Unie, wordt het merkteken alleen aangebracht door een daartoe overeenkomstig artikel 98 gemachtigde geregistreerde marktdeelnemer.
De eerste alinea, punten a) en b), zijn niet van toepassing op houten verpakkingsmateriaal waarvoor de in ISPM15 voorziene vrijstellingen gelden.
2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen vast te tellen die voorschriften van lid 1 van dit artikel wijzigen om deze aan te passen aan de ontwikkeling van internationale normen en met name ISPM15.