Art. 100, Fytosanitair certificaat voor uitvoer uit de Unie
1. Wanneer voor de uitvoer van planten, plantaardige producten of andere materialen uit het grondgebied van de Unie naar een derde land volgens de fytosanitaire invoervoorschriften van dat derde land een fytosanitair certificaat („fytosanitair uitvoercertificaat”) vereist is, wordt dat certificaat afgegeven door de bevoegde autoriteit, op verzoek van de professionele marktdeelnemer, indien is voldaan aan alle volgende voorwaarden:
a) de professionele marktdeelnemer is door die bevoegde autoriteit geregistreerd overeenkomstig artikel 65;
b) de professionele marktdeelnemer heeft de uit te voeren planten, plantaardige producten of andere materialen onder zijn beheer;
c) er is voor gezorgd dat de planten, plantaardige producten of andere materialen beantwoorden aan de fytosanitaire invoervoorschriften van het betrokken derde land.
De bevoegde autoriteit geeft eveneens een fytosanitair uitvoercertificaat af op verzoek van anderen dan de professionele marktdeelnemers, indien is voldaan aan de voorwaarden van de eerste alinea, onder b) en c).
De bevoegdheid tot afgifte van het fytosanitair uitvoercertificaat wordt voor de toepassing van dit lid door de bevoegde autoriteit niet gedelegeerd aan andere personen.
2. Onverminderd de uit hoofde van het IPPC geldende verplichtingen, en rekening houdend met de toepasselijke internationale normen, wordt het fytosanitair uitvoercertificaat afgegeven wanneer de beschikbare informatie de bevoegde autoriteit in staat stelt na te gaan of de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen in overeenstemming zijn met de fytosanitaire invoervoorschriften van het betrokken derde land. Deze informatie kan, naar gelang het geval, afkomstig zijn uit een of meer van de volgende bronnen:
a) inspecties, het nemen van monsters van en het uitvoeren van tests op de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen, of op of in de omgeving van de productieplaats daarvan;
b) officiële informatie over de status van de plaag in de productiefaciliteit, op de productieplaats, in het gebied of het land van oorsprong van de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen;
c) een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 78 dat de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen vergezelt, indien in dat plantenpaspoort de resultaten van inspecties door de bevoegde autoriteit zijn vermeld;
d) het merkteken van houten verpakkingsmateriaal zoals bedoeld in artikel 96, lid 1, of de verklaringen zoals bedoeld in artikel 99, lid 1;
e) de informatie in het pre-uitvoercertificaat zoals bedoeld in artikel 102;
f) officiële informatie in het fytosanitair certificaat zoals bedoeld in artikel 71, indien de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen uit een derde land zijn binnengebracht op het grondgebied van de Unie.
3. Het fytosanitair uitvoercertificaat beantwoordt aan de beschrijving en het formaat van het model dat is vastgelegd in bijlage VIII, deel A.
4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen die de in lid 2 van dit artikel en in bijlage VIII, deel A, vermelde bronnen wijzigen teneinde ze aan te passen aan de ontwikkeling van de toepasselijke internationale normen.
5. Elektronische fytosanitaire uitvoercertificaten worden verstrekt via, of elektronisch uitgewisseld door middel van een geautomatiseerd informatiemanagementsysteem voor officiële controles op Unieniveau.