Art. 102 Verordening (EU) 2016/2031, Pre-uitvoercertificaten

Verordening (EU) 2016/2031

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van waaruit de planten, plantaardige producten of andere materialen zoals bedoeld in artikel 100, lid 1, worden uitgevoerd en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de planten, plantaardige producten of andere materialen zijn geteeld, geproduceerd, opgeslagen of verwerkt, wisselen de vereiste fytosanitaire informatie uit die de basis vormt voor het afgeven van het fytosanitair uitvoercertificaat.

2. De in lid 1 bedoelde uitwisseling van informatie vindt plaats door middel van een geharmoniseerd document („pre-uitvoercertificaat”), waarin de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de planten, plantaardige producten en andere materialen zijn geteeld, geproduceerd, opgeslagen of verwerkt, bevestigen dat die planten, plantaardige producten of andere materialen voldoen aan specifieke fytosanitaire voorschriften met betrekking tot een of meer van de volgende aspecten:

a) de afwezigheid, of aanwezigheid onder een specifieke drempel, van bepaalde plaagorganismen bij de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen;

b) de oorsprong van de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen in of op een specifiek veld, productiefaciliteit, productieplaats of gebied;

c) de status van het plaagorganisme in het veld, in de productiefaciliteit, op de productieplaats, in het gebied of het land van oorsprong van de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen;

d) het resultaat van de inspecties, het nemen van monsters van en het uitvoeren van tests op de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen;

e) de fytosanitaire procedures die zijn toegepast bij de productie of verwerking van de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen.

3. Het pre-uitvoercertificaat wordt op verzoek van de professionele marktdeelnemer afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de planten, plantaardige producten of andere materialen zijn geteeld, geproduceerd, opgeslagen of verwerkt, zolang die planten, plantaardige producten of andere materialen zich in de bedrijfsruimten van de betrokken professionele marktdeelnemer bevinden.

4. Het pre-uitvoercertificaat vergezelt de betrokken planten, plantaardige producten en andere materialen tijdens het verkeer ervan binnen het grondgebied van de Unie, tenzij de informatie die het bevat tussen de betrokken lidstaten wordt verstrekt via, of elektronisch uitgewisseld wordt door middel van een geautomatiseerd informatiemanagementsysteem voor officiële controles op Unieniveau.

5. Onverminderd de voorschriften in lid 3 kan het pre-uitvoercertificaat worden afgegeven wanneer de planten, plantaardige producten of andere materialen de bedrijfsruimten van de betrokken professionele marktdeelnemer hebben verlaten, op voorwaarde dat inspecties en, waar nodig, bemonsteringen zijn uitgevoerd die bevestigen dat de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen beantwoorden aan een of meer van de in lid 2 genoemde specifieke fytosanitaire voorschriften.

6. Het pre-uitvoercertificaat is wat gegevens en formaat betreft in overeenstemming met bijlage VIII, deel C.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen vast te stellen die bijlage VIII, deel C, wijzigen, om het aan te passen aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis en van de toepasselijke internationale normen.

7. De Commissie kan door middel van een uitvoeringshandeling de procedures voor het afgeven van het pre-uitvoercertificaat vaststellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.