Art. 53 Verordening (EU) 2016/631, Conformiteitssimulaties voor synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type D
1. Synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type D worden, in aanvulling op de in de artikelen 51 en 52 gespecificeerde conformiteitssimulaties voor synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type B en C, behalve wat de simulatie van de fault-ride-through-capaciteit van synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type B betreft, als bedoeld in artikel 51, lid 3, onderworpen aan de in de leden 2 en 3 van dit artikel gespecificeerde conformiteitssimulaties. In plaats van alle of een deel van deze simulaties uit te voeren, kan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie de door een erkende certificerende instantie verstrekte conformiteitscertificaten gebruiken, die aan de relevante systeembeheerder worden verstrekt.
2. Wat de simulatie van de controle van de demping van vermogensoscillaties betreft, gelden de volgende eisen:
a) er wordt aangetoond dat de prestaties van de elektriciteitsproductie-eenheid wat betreft het regelsysteem („PSS-functie”) het mogelijk maken oscillaties van het werkzaam vermogen te dempen overeenkomstig de in artikel 19, lid 2, omschreven voorwaarden;
b) de afstelling moet resulteren in een verbeterde demping van de desbetreffende respons van het werkzaam vermogen van de AVR in combinatie met de PSS-functie, vergeleken met de respons van het werkzaam vermogen van de AVR alleen;
c) de simulatie wordt als succesvol beschouwd wanneer cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) de PSS-functie dempt de bestaande oscillaties van het werkzaam vermogen van de elektriciteitsproductie-eenheid binnen de door de relevante TSB gespecificeerde frequentieband. Die frequentieband omvat de lokale oscillatiefrequenties van de elektriciteitsproductie-eenheid en de te verwachten systeemoscillaties, en
ii) een plotselinge belastingsvermindering van de elektriciteitsproductie-eenheid van 1 pu naar 0,6 pu van de maximumcapaciteit resulteert niet in ongedempte oscillaties van het werkzaam of blindvermogen van de elektriciteitsproductie-eenheid.
3. Wat de simulatie van de fault-ride-through-capaciteit van synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type D betreft, gelden de volgende eisen:
a) de capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid om fault-ride-through te leveren overeenkomstig de in artikel 16, lid 3, onder a), gespecificeerde voorwaarden, wordt aangetoond;
b) de simulatie wordt als succesvol beschouwd wanneer overeenstemming met de in artikel 16, lid 3, onder a), geformuleerde voorwaarde is aangetoond.