Art. 48 Verordening (EU) 2016/631, Conformiteitstests voor power park modules van het type C

Verordening (EU) 2016/631

1. Wat power park modules van het type C betreft, voeren de eigenaren van de elektriciteitsproductie-installaties in aanvulling op de in artikel 47 vastgestelde conformiteitstests voor power park modules van het type B ook de in de leden 2 tot en met 9 van dit artikel omschreven conformiteitstests uit. In plaats van de relevante tests kan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie zich baseren op de door een erkende certificerende instantie verstrekte conformiteitscertificaten om overeenstemming met de relevante eis aan te tonen. In een dergelijk geval wordt het conformiteitscertificaat verstrekt aan de relevante systeembeheerder.

2. Wat de test betreffende de regelbaarheid van het werkzaam vermogen en het regelbereik betreft, gelden de volgende eisen:

a) de technische capaciteit van de power park module om in bedrijf te zijn bij een belastingsniveau dat lager ligt dan de door de relevante systeembeheerder of relevante TSB vastgestelde referentiewaarde, wordt aangetoond.

b) de test wordt als succesvol beschouwd als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) het belastingsniveau van de power park module blijft beneden de referentiewaarde;

ii) de referentiewaarde wordt vastgelegd overeenkomstig de eisen van artikel 15, lid 2, onder a), en

iii) de nauwkeurigheid van de regeling is in overeenstemming met de in artikel 15, lid 2, onder a), gespecificeerde waarde.

3. Wat de test betreffende de LFSM-U-respons betreft, gelden de volgende eisen:

a) de technische capaciteit van de power park module om het werkzaam vermogen op continue wijze te moduleren om bij te dragen tot de frequentieregeling in het geval van een grote frequentiedaling in het systeem, wordt aangetoond;

b) de test wordt uitgevoerd door frequentiesprongen en -gradiënten te simuleren die groot genoeg zijn om ten minste 10 % van de maximumcapaciteitsverandering van het werkzaam vermogen te initiëren met een startpunt van maximaal 80 % van de maximumcapaciteit, rekening houdend met de statiekinstellingen en de dode band.

c) de test wordt als succesvol beschouwd als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) de testresultaten voor zowel de dynamische als de statische parameters voldoen aan de in artikel 15, lid 2, onder c), genoemde eisen, en

ii) na de verandering ten gevolge van de staprespons doen zich geen ongedempte oscillaties voor.

4. Wat de test betreffende de FSM-respons betreft, gelden de volgende eisen:

a) de technische capaciteit van de power park module om het werkzaam vermogen op continue wijze te moduleren over het gehele operationele bereik tussen de maximumcapaciteit en het minimumregelniveau om zo bij te dragen tot de frequentieregeling wordt aangetoond. De stationaire instellingen van de regelingen, zoals de ongevoeligheid, de statiek, de dode band en het regelbereik, alsook de dynamische parameters, inclusief de respons op een stapsgewijze verandering van de frequentie, worden geverifieerd;

b) de test wordt uitgevoerd door frequentiesprongen en -gradiënten te simuleren die voldoende groot zijn om de gehele frequentierespons van het bereik van het werkzaam vermogen te initiëren, rekening houdend met de statiekinstellingen en de dode band. Om de test uit te voeren, worden gesimuleerde frequentieverschilsignalen geïnjecteerd.

c) De test wordt als succesvol beschouwd als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) de activeringstijd van de volledige frequentierespons van het bereik van het werkzaam vermogen als resultaat van de frequentiestapafwijking bedraagt niet meer dan vereist krachtens artikel 15, lid 2, onder d);

ii) na de verandering ten gevolge van de staprespons doen zich geen ongedempte oscillaties voor;

iii) de initiële vertragingstijd voldoet aan artikel 15, lid 2, onder d);

iv) de statiekinstellingen zijn beschikbaar binnen het in artikel 15, lid 2, onder d), gespecificeerde bereik en de dode band (drempelwaarde) ligt niet hoger dan de in dat artikel gespecificeerde waarde, en

v) de ongevoeligheid van de frequentierespons van het werkzaam vermogen is niet groter dan de eis als bedoeld in artikel 15, lid 2, onder d).

5. Wat de test betreffende de regeling voor het herstel van de frequentie betreft, gelden de volgende eisen:

a) de technische capaciteit van de power park module om bij te dragen aan de regeling voor het herstel van de frequentie wordt aangetoond. De samenwerking van zowel FSM als de regeling voor het herstel van de frequentie wordt geverifieerd;

b) de test wordt als succesvol beschouwd wanneer de resultaten, voor zowel de dynamische als de statische parameters, voldoen aan de eisen van artikel 15, lid 2, onder e).

6. Wat de test betreffende de capaciteit voor het leveren van blindvermogen betreft, gelden de volgende eisen:

a) de technische capaciteit van de power park module om inductief en capacitief blindvermogen te leveren in overeenstemming met artikel 21, lid 3, onder b) en c), wordt aangetoond;

b) de test wordt uitgevoerd bij maximaal blindvermogen, zowel inductief als capacitief, en daarbij worden de volgende parameters geverifieerd:

i) bedrijf boven 60 % van de maximumcapaciteit gedurende 30 minuten;

ii) bedrijf tussen 30 % en 50 % van de maximumcapaciteit gedurende 30 minuten, en

iii) bedrijf tussen 10 % en 20 % van de maximumcapaciteit gedurende 60 minuten;

c) de test wordt als succesvol beschouwd als aan de volgende criteria is voldaan:

i) de power park module is in bedrijf gedurende een tijd die niet korter is dan de vereiste tijd bij maximaal blindvermogen, zowel inductief als capacitief, in elke in lid 6, onder b), gespecificeerde parameter;

ii) de capaciteit van de power park module om over te schakelen op elke gewenste waarde van het blindvermogen binnen het overeengekomen of vastgestelde bereik van het blindvermogen wordt aangetoond, en

iii) er vindt geen beveiligingsactie plaats binnen de operationele grenzen die zijn gespecificeerd in het capaciteitsdiagram voor het blindvermogen.

7. Wat de test betreffende de spanningsregelmodus betreft, gelden de volgende eisen:

a) de capaciteit van de power park module om in bedrijf te blijven in spanningsregelmodus, als bedoeld in de in artikel 21, lid 3, onder d), ii) tot en met iv), genoemde voorwaarden, wordt aangetoond;

b) bij de test betreffende de spanningsregelmodus worden de volgende parameters geverifieerd:

i) de ingestelde helling en dode band overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder d), iii);

ii) de nauwkeurigheid van de regeling;

iii) de ongevoeligheid van de regeling, en

iv) de tijdsduur voor activering van het blindvermogen;

c) de test wordt als succesvol beschouwd als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) het bereik van de regeling en de instelbare statiek en dode band zijn in overeenstemming met de overeengekomen of vastgestelde parameters als bedoeld in artikel 21, lid 3, onder d);

ii) de ongevoeligheid van de spanningsregeling is niet groter dan 0,01 pu, in overeenstemming met artikel 21, lid 3, onder d), en

iii) na een stapverandering in spanning is 90 % van de verandering van het opgewekte blindvermogen bereikt binnen de tijdsbestekken en toleranties als gespecificeerd in artikel 21, lid 3, onder d).

8. Wat de test betreffende de blindvermogenregelmodus betreft, gelden de volgende eisen:

a) de capaciteit van de power park module om in bedrijf te blijven in blindvermogenregelmodus, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder d), v), wordt aangetoond;

b) de test betreffende de blindvermogenregelmodus is complementair met de test betreffende de capaciteit om blindvermogen te leveren;

c) bij de test betreffende de blindvermogenregelmodus worden de volgende parameters geverifieerd:

i) het bereik en de stap van de referentiewaarde van het blindvermogen;

ii) de nauwkeurigheid van de regeling, en

iii) de tijdsduur voor de activering van het blindvermogen.

d) de test wordt als succesvol beschouwd als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) het bereik en de toename van de referentiewaarde van het blindvermogen zijn in overeenstemming met artikel 21, lid 3, onder d), en

ii) de nauwkeurigheid van de regeling is in overeenstemming met de in artikel 21, lid 3, onder d), gespecificeerde waarde.

9. Wat de test betreffende de arbeidsfactorregelmodus betreft, gelden de volgende eisen:

a) de capaciteit van de power park module om in bedrijf te blijven in arbeidsfactorregelmodus, overeenkomstig artikel 21, lid 3, onder d), vi), wordt aangetoond;

b) bij de test betreffende de arbeidsfactorregelmodus worden de volgende parameters geverifieerd:

i) het bereik van de referentiewaarde van de arbeidsfactor;

ii) de nauwkeurigheid van de regeling, en

iii) de respons van het blindvermogen ten gevolge van een stapverandering van het werkzaam vermogen;

c) de test wordt als succesvol beschouwd als cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) het bereik en de toename van de referentiewaarde van de arbeidsfactor zijn in overeenstemming met artikel 21, lid 3, onder d);

ii) de tijdsduur voor activering van het blindvermogen als resultaat van een stapverandering van het werkzaam vermogen, is niet groter dan de eis als bedoeld in artikel 21, lid 3, onder d), en

iii) de nauwkeurigheid van de regeling is in overeenstemming met de in artikel 21, lid 3, onder d), gespecificeerde waarde.

10. Wat de in de leden 7, 8 en 9 bedoelde tests betreft, kan de relevante systeembeheerder één van de drie regelopties voor het testen selecteren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen