Art. 52 Verordening (EU) 2016/631, Conformiteitssimulaties voor synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type C
1. Synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type C worden, in aanvulling op de in artikel 51 gespecificeerde conformiteitssimulaties voor synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type B, onderworpen aan de in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel gespecificeerde conformiteitssimulaties. In plaats van alle of een deel van deze simulaties uit te voeren, kan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie de door een erkende certificerende instantie verstrekte conformiteitscertificaten gebruiken, die aan de relevante systeembeheerder worden verstrekt.
2. Wat de simulatie van de LFSM-U-respons betreft, gelden de volgende eisen:
a) de capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid om het werkzaam vermogen bij lage frequenties te moduleren, overeenkomstig artikel 15, lid 2, onder c), wordt aangetoond;
b) de simulatie wordt uitgevoerd door middel van sprongen en gradiënten bij onderfrequentie waarmee de maximumcapaciteit bereikt wordt, rekening houdend met de statiekinstellingen en de dode band;
c) de simulatie wordt als succesvol beschouwd wanneer:
i) het simulatiemodel van de elektriciteitsproductie-eenheid is gevalideerd aan de hand van de conformiteitstest voor de LFSM-U-respons, als beschreven in artikel 45, lid 2, en
ii) de overeenstemming met de in artikel 15, lid 2, onder c), vastgestelde eis is aangetoond.
3. Wat de simulatie van de FSM-respons betreft, gelden de volgende eisen:
a) de capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid om het werkzaam vermogen over de volledige frequentieband te simuleren overeenkomstig artikel 15, lid 2, onder d), wordt aangetoond;
b) de simulatie wordt uitgevoerd door frequentiesprongen en -gradiënten te simuleren die voldoende groot zijn om de volledige frequentierespons van het bereik van het werkzaam vermogen te initiëren, rekening houdend met de statiekinstellingen en de dode band;
c) de simulatie wordt als succesvol beschouwd wanneer:
i) het simulatiemodel van de elektriciteitsproductie-eenheid is gevalideerd aan de hand van de conformiteitstest voor de FSM-respons, als beschreven in artikel 45, lid 3, en
ii) de overeenstemming met de in artikel 15, lid 2, onder d), vastgestelde eis is aangetoond.
4. Wat de simulatie van het eilandbedrijf betreft, gelden de volgende eisen:
a) de prestaties van de elektriciteitsproductie-eenheid gedurende eilandbedrijf, als bedoeld in de in artikel 15, lid 5, onder b), vastgestelde voorwaarden, worden aangetoond;
b) de simulatie wordt als succesvol beschouwd wanneer de elektriciteitsproductie-eenheid het opgewekte werkzame vermogen verlaagt of verhoogt vanuit zijn vorig bedrijfspunt naar elk nieuw bedrijfspunt binnen het P-Q-capaciteitsdiagram en binnen de in artikel 15, lid 5, onder b), gespecificeerde grenzen, zonder ontkoppeling van de elektriciteitsproductie-eenheid van het eiland ten gevolge van onderfrequentie.
5. Wat de simulatie van de capaciteit voor het leveren van blindvermogen betreft, gelden de volgende eisen:
a) de capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid om inductief en capacitief blindvermogen te leveren overeenkomstig de in artikel 18, lid 2, onder b) en c), bedoelde voorwaarden, wordt aangetoond;
b) de simulatie wordt als succesvol beschouwd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
i) het simulatiemodel van de elektriciteitsproductie-eenheid is gevalideerd aan de hand van de in artikel 45, lid 7, beschreven conformiteitstest voor de capaciteit voor het leveren van blindvermogen, en
ii) de overeenstemming met de in artikel 18, lid 2, onder b) en c), vastgestelde eisen is aangetoond.