Art. 51 Verordening (EU) 2016/631, Conformiteitssimulaties voor synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type B

Verordening (EU) 2016/631

1. Voor synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type B voeren de eigenaren van de elektriciteitsproductie-installaties simulaties betreffende de LFSM-O-respons uit. In plaats van de relevante simulaties kan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie door een erkende certificerende instantie verstrekte conformiteitscertificaten gebruiken om overeenstemming met de relevante eis aan te tonen. In een dergelijk geval worden de conformiteitscertificaten verstrekt aan de relevante systeembeheerder.

2. Wat de simulatie van de LFSM-O-respons betreft, gelden de volgende eisen:

a) de capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid om het werkzaam vermogen bij hoge frequentie te moduleren overeenkomstig artikel 13, lid 2, wordt aangetoond door de simulatie;

b) de simulatie wordt uitgevoerd door middel van sprongen en gradiënten bij overfrequentie waarmee het minimumregelniveau wordt bereikt, rekening houdend met de statiekinstellingen en de dode band;

c) de simulatie wordt als succesvol beschouwd wanneer:

i) het simulatiemodel van de elektriciteitsproductie-eenheid is gevalideerd aan de hand van de conformiteitstest voor de LFSM-O-respons, als beschreven in artikel 44, lid 2, en

ii) de overeenstemming met de in artikel 13, lid 2, vastgelegde eis is aangetoond.

3. Wat de simulatie van de fault-ride-through-capaciteit van synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type B betreft, gelden de volgende eisen:

a) de fault-ride-through-capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid overeenkomstig de in artikel 14, lid 3, onder a), omschreven voorwaarden, wordt aangetoond door de simulatie;

b) de simulatie wordt als succesvol beschouwd als overeenstemming met de in artikel 14, lid 3, onder a), vastgestelde eis is aangetoond.

4. Wat de simulatie van het herstel van het werkzaam vermogen na afschakeling van de fout betreft, gelden de volgende eisen:

a) de capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid om het werkzaam vermogen na storing te herstellen, als bedoeld in artikel 17, lid 3, wordt aangetoond;

b) de simulatie wordt als succesvol beschouwd wanneer overeenstemming met de in artikel 17, lid 3, vastgestelde eis is aangetoond.

Vorige artikelen

Volgende artikelen