Art. 2 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Werkingssfeer en toepassing

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

1. Deze verordening is van toepassing op kredietinstellingen die onder toezicht staan uit hoofde van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (4).

2. Kredietinstellingen voldoen op individuele basis aan deze verordening overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013. De bevoegde autoriteiten kunnen volledig of ten dele ontheffing van de toepassing van deze verordening op een kredietinstelling verlenen overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013, mits wordt voldaan aan de in die artikelen vastgestelde voorwaarden.

3. Wanneer een groep uit een of meer kredietinstellingen bestaat, past de EU-moederinstelling, de instelling die onder de zeggenschap staat van een financiële EU-moederholding of de instelling die onder de zeggenschap staat van een gemengde financiële EU-moederholding, de verplichtingen van deze verordening toe op geconsolideerde basis overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en alle volgende bepalingen:

a) activa van derde landen die aan de in titel II vastgesteld voorschriften voldoen en die worden aangehouden door een dochteronderneming in een derde land, worden niet erkend als liquide activa voor de geconsolideerde toepassing wanneer zij niet als liquide activa worden beschouwd krachtens de nationale wetgeving van het derde land inzake de vaststelling van het liquiditeitsdekkingsvereiste;

b) liquiditeitsuitstromen van een dochteronderneming in een derde land waarop uit hoofde van de nationale wetgeving van dat derde land inzake de vaststelling van het liquiditeitsdekkingsvereiste een hoger percentage wordt toegepast dan die als bedoeld in titel III, worden geconsolideerd overeenkomstig de hogere percentages van de nationale wetgeving van het derde land;

c) liquiditeitsinstromen van een dochteronderneming in een derde land waarop uit hoofde van de nationale wetgeving van dat derde land inzake de vaststelling van het liquiditeitsdekkingsvereiste een lager percentage wordt toegepast dan die als bedoeld onder titel III, worden geconsolideerd overeenkomstig de lagere percentages van de nationale wetgeving van het derde land;

d) op beleggingsondernemingen binnen de groep zijn artikel 4 van deze verordening, op geconsolideerde basis, en artikel 412 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van toepassing met betrekking tot de definitie van liquide activa en liquiditeitsuitstromen en -instromen, voor zowel individuele als geconsolideerde doeleinden. Anders dan als bedoeld in dit punt, blijft op beleggingsondernemingen het gedetailleerde liquiditeitsdekkingsvereiste voor beleggingsondernemingen van toepassing, zoals vastgelegd in de nationale wetgeving van de lidstaten, in afwachting van de vaststelling van een liquiditeitsdekkingsvereiste overeenkomstig artikel 508 van Verordening (EU) nr. 575/2013;

e) op geconsolideerd niveau wordt het bedrag aan instromen uit een gespecialiseerde kredietinstelling als bedoeld in artikel 33, leden 3 en 4, slechts erkend ten belope van het bedrag aan uitstromen uit dezelfde onderneming.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen