Art. 53 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, Vervanging en bestemming van de zekerheid
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014
1. Iedere zekerheid mag worden vervangen door een andere.
Goedkeuring van de bevoegde autoriteit is echter vereist in de volgende gevallen:
a) wanneer de oorspronkelijke zekerheid is verbeurd doch nog niet is gerealiseerd, of
b) wanneer de vervangende zekerheid er een is als bedoeld in artikel 51, lid 2.
2. Een algemene zekerheid kan worden vervangen door een andere algemene zekerheid op voorwaarde dat deze nieuwe algemene zekerheid ten minste het gedeelte van de oorspronkelijke algemene zekerheid dekt dat, op het tijdstip van de vervanging, bestemd is ter verzekering van de nakoming van één of meer overeengekomen verplichtingen.
3. Zodra een gedeelte van een algemene zekerheid is bestemd om als garantie te dienen voor een specifieke verplichting, moet het beschikbare saldo van de algemene zekerheid opnieuw worden berekend.