Art. 71, Onderdelen van de controles ter plaatse
1. Bij de uitvoering van de controles op de in artikel 68, lid 1, bedoelde steekproef zorgt de bevoegde controleautoriteit ervoor dat alle geselecteerde begunstigden worden gecontroleerd ten aanzien van hun naleving van de eisen en normen die onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde controleautoriteit vallen.
Onverminderd de eerste alinea geldt dat, indien het minimumpercentage controles overeenkomstig artikel 68, lid 1, derde alinea, wordt bereikt op het niveau van elk besluit, elke norm of elke groep besluiten of normen, de geselecteerde begunstigden worden gecontroleerd ten aanzien van hun naleving van het betrokken besluit, de betrokken norm of de betrokken groep besluiten of normen.
Wanneer een groep van personen als bedoeld in de artikelen 28 en 29 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 wordt geselecteerd in de in artikel 68, lid 1, van deze verordening bedoelde steekproef, waarborgt de bevoegde controleautoriteit dat alle leden van de groep worden gecontroleerd ten aanzien van hun naleving van de eisen of normen die onder hun verantwoordelijkheid vallen.
In het algemeen wordt elke voor een controle ter plaatse geselecteerde begunstige gecontroleerd op een tijdstip waarop de naleving van het merendeel van de eisen en normen waarvoor hij is geselecteerd, kan worden gecontroleerd. De lidstaten garanderen evenwel dat gedurende het jaar een passende mate van controle voor alle eisen en normen wordt gerealiseerd.
2. De controles ter plaatse hebben, voor zover van toepassing, betrekking op alle landbouwgrond van het bedrijf. De feitelijke veldinspectie als onderdeel van een controle ter plaatse mag evenwel worden beperkt tot een steekproef die ten minste de helft omvat van de landbouwpercelen op het bedrijf waarvoor de eis of norm geldt, mits die steekproef ten aanzien van de eisen en normen een controleniveau garandeert dat betrouwbare en representatieve resultaten oplevert.
De eerste alinea doet geen afbreuk aan de berekening en de toepassing van de administratieve sanctie als bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 en in hoofdstuk III van deze titel. Indien de in de eerste alinea bedoelde steekproefsgewijze controle een niet-naleving aan het licht brengt, wordt de steekproef van landbouwpercelen die feitelijk worden geïnspecteerd, uitgebreid.
Voorts kan, indien dat in de voor het besluit of de normen geldende regelgeving zo is bepaald, de feitelijke inspectie inzake de naleving van de eisen en normen als onderdeel van een controle ter plaatse worden beperkt tot een representatieve steekproef uit de te controleren objecten. De lidstaten zorgen er echter voor dat de controles worden uitgevoerd voor alle eisen en normen waarvan de naleving op het tijdstip van het bezoek kan worden gecontroleerd.
3. De in lid 1 bedoelde controles worden in de regel uitgevoerd als onderdeel van één controlebezoek. Ze bestaan uit een verificatie van de eisen en normen waarvan de naleving ten tijde van dat bezoek kan worden gecontroleerd. Het doel van deze controles is elke eventuele niet-naleving van die eisen en normen op te sporen en bovendien de gevallen te identificeren waarvoor moet worden voorgesteld verdere controles te verrichten.
4. Controles ter plaatse op het niveau van de landbouwbedrijven kunnen worden vervangen door administratieve controles, mits de lidstaat ervoor zorgt dat de administratieve controles ten minste even doeltreffend zijn als de controles ter plaatse.
5. Bij de uitvoering van controles ter plaatse mogen de lidstaten gebruikmaken van objectieve controle-indicatoren voor bepaalde eisen en normen, mits zij ervoor zorgen dat de controle inzake de betrokken eisen en normen ten minste even doeltreffend is als de controles ter plaatse die worden uitgevoerd zonder indicatoren te gebruiken.
De indicatoren houden rechtstreeks verband met de eisen of normen die zij vertegenwoordigen, en hebben betrekking op alle elementen die bij een controle inzake die eisen of normen moeten worden gecontroleerd.
6. De controles ter plaatse die betrekking hebben op de in artikel 68, lid 1, van dit artikel bedoelde steekproef worden uitgevoerd in hetzelfde kalenderjaar als dat waarin de steunvragen en/of betalingsaanvragen zijn ingediend of, wat betreft de aanvragen voor de steunregelingen in de wijnsector in het kader van de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 1308/2013, binnen de in artikel 97, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 vastgestelde periode.