Art. 72, Controleverslag

1. Over elke in het kader van deze titel verrichte controle ter plaatse wordt door de bevoegde autoriteit of onder haar verantwoordelijkheid een controleverslag opgesteld.

Het verslag bestaat uit de volgende gedeelten:

a) een algemeen gedeelte dat met name de volgende informatie bevat:

i) de voor de controle ter plaatse geselecteerde begunstigde;

ii) de aanwezige personen;

iii) een vermelding of de begunstigde vooraf op de hoogte is gebracht van het bezoek en, zo ja, hoelang van tevoren;

b) een gedeelte waarin de voor elk van de besluiten en normen verrichte controles afzonderlijk worden behandeld en dat met name de volgende informatie bevat:

i) de eisen en normen waarop de controle ter plaatse betrekking had;

ii) de aard en omvang van de verrichte controles;

iii) de bevindingen;

iv) de besluiten en normen ten aanzien waarvan niet-nalevingen zijn vastgesteld;

c) een evaluatiegedeelte waarin het belang van de niet-naleving voor elk besluit en/of elke norm in kwestie overeenkomstig artikel 99, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 wordt beoordeeld aan de hand van de criteria „ernst”, „omvang”, „permanent karakter” en „herhaling”, met vermelding van factoren die tot een opwaartse of neerwaartse bijstelling van de toe te passen verlaging zouden moeten leiden.

Indien de bepalingen inzake de betrokken eis of norm speelruimte laten om verder geen werk van de vastgestelde niet-naleving te maken, of wanneer bijstand wordt verleend uit hoofde van artikel 17, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 1305/2013, wordt daar in het verslag melding van gemaakt.

2. Lid 1 is van toepassing ongeacht of de betrokken begunstigde voor de controle ter plaatse is geselecteerd overeenkomstig artikel 69, ter plaatse is gecontroleerd uit hoofde van de voor de besluiten en normen geldende regelgeving overeenkomstig artikel 68, lid 2, of naar aanleiding van niet-nalevingen die op andere wijze onder de aandacht van de bevoegde controleautoriteit zijn gebracht.

3. De begunstigde wordt van elke geconstateerde niet-naleving in kennis gesteld binnen drie maanden na de datum van de controle ter plaatse.

Tenzij de begunstigde onmiddellijk een corrigerende actie heeft ondernomen waarmee een einde wordt gemaakt aan de geconstateerde niet-naleving in de zin van artikel 99, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt het feit dat een corrigerende actie moet worden ondernomen, ter kennis van de begunstigde gebracht binnen de termijn zoals vastgesteld in de eerste alinea van dit lid.

Tenzij de begunstigde onmiddellijk een corrigerende actie heeft ondernomen waarmee een einde wordt gemaakt aan de geconstateerde niet-naleving in de zin van artikel 97, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt de betrokken begunstigde uiterlijk binnen een maand na het besluit om geen administratieve sanctie als bedoeld in dat lid toe te passen, ervan in kennis gesteld dat overeenkomstig artikel 97, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 een corrigerende actie moet worden ondernomen.

4. Onverminderd eventuele bijzondere bepalingen in de voor de eisen en normen geldende regelgeving, wordt het controleverslag binnen één maand na de controle ter plaatse voltooid. Deze termijn kan echter in naar behoren gemotiveerde gevallen, met name de noodzaak van een chemische of fysische analyse, tot drie maanden worden verlengd.

Indien de bevoegde controleautoriteit niet het betaalorgaan is, worden het controleverslag en, op verzoek, de desbetreffende bewijsstukken, binnen een maand na de voltooiing ervan toegezonden aan of ter beschikking gesteld van het betaalorgaan of de coördinerende autoriteit.

Wanneer het verslag geen bevindingen bevat, kan een lidstaat echter besluiten dat het verslag niet wordt verzonden, mits het binnen een maand na de voltooiing ervan voor het betaalorgaan of de coördinerende autoriteit rechtstreeks toegankelijk wordt gemaakt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen