Art. 69, Selectie van de steekproef voor controles
1. De selectie van elk van de steekproeven met overeenkomstig artikel 68 te controleren landbouwbedrijven wordt naargelang van het geval gebaseerd op een risicoanalyse overeenkomstig de geldende regelgeving of op een aan de eisen of normen aangepaste risicoanalyse. Die risicoanalyse mag worden verricht op het niveau van de individuele landbouwbedrijven of op het niveau van categorieën landbouwbedrijven of geografische gebieden.
Bij de risicoanalyse mag rekening worden gehouden met één van of allebei de volgende omstandigheden:
a) de deelneming door de begunstigde aan het krachtens artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 opgezette bedrijfsadviseringssysteem;
b) de deelneming door de begunstigde aan een certificeringssysteem indien het betrokken systeem relevant is voor de betrokken eisen en normen.
Een lidstaat mag op basis van een risicoanalyse besluiten om begunstigden die deelnemen aan een in de tweede alinea, onder b), bedoeld certificeringssysteem, uit te sluiten van de op een risicoanalyse gebaseerde steekproef voor controles. Als het certificeringssysteem slechts een deel van de eisen en normen omvat die de begunstigde in het kader van de randvoorwaarden moet naleven, worden op de eisen en normen die niet onder het certificeringssysteem vallen, passende risicofactoren toegepast.
Als uit de analyse van de controleresultaten blijkt dat de eisen of normen in een in de tweede alinea, onder b), bedoeld certificeringssysteem met een significante regelmaat niet worden nageleefd, dan worden de risicofactoren voor de betrokken eisen of normen opnieuw beoordeeld.
2. Lid 1 is niet van toepassing op controles die worden uitgevoerd naar aanleiding van niet-nalevingen die op enige andere wijze onder de aandacht van de bevoegde controleautoriteit zijn gebracht. Het is echter wel van toepassing op controles die worden verricht als follow-up in het kader van artikel 97, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.
3. Om voor het element van representativiteit te zorgen, wordt tussen 20 % en 25 % van het in artikel 68, lid 1, eerste alinea, bedoelde minimum aantal begunstigden bij wie een controle ter plaatse moet worden verricht, aselect gekozen. Indien het aantal ter plaatse te controleren begunstigden groter is dan dat minimum aantal mag de extra steekproef voor ten hoogste 25 % uit op aselecte wijze gekozen begunstigden bestaan.
4. Waar dat passend is, mag vóór het einde van de betrokken aanvraagperiode op basis van de beschikbare informatie een deel van de steekproef voor controles worden geselecteerd. De voorlopige steekproef wordt aangevuld wanneer alle desbetreffende aanvragen beschikbaar zijn.
5. De steekproef met overeenkomstig artikel 68, lid 1, te controleren begunstigden mag worden geselecteerd uit de steekproeven met begunstigden die reeds overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 34 zijn geselecteerd en voor wie de desbetreffende eisen of normen gelden. Deze mogelijkheid geldt echter niet voor de controle van begunstigden in het kader van de in de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde steunregelingen in de wijnsector.
6. In afwijking van artikel 68, lid 1, mag een afzonderlijke steekproef van minimaal 1 % ter plaatse te controleren begunstigden worden geselecteerd uit elk van de volgende populaties begunstigden die overeenkomstig artikel 92 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 aan de verplichtingen inzake randvoorwaarden onderworpen zijn:
a) begunstigden die rechtstreekse betalingen ontvangen in het kader van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
b) begunstigden die steun in de wijnsector ontvangen in het kader van de artikelen 46 en 47 van Verordening (EU) nr. 1308/2013;
c) begunstigden die de jaarlijkse premies ontvangen in het kader van artikel 21, lid 1, onder a) en b), en de artikelen 28 tot en met 31, 33 en 34 van Verordening (EU) nr. 1305/2013.
7. Indien op basis van de op het niveau van de landbouwbedrijven verrichte risicoanalyse wordt geconcludeerd dat niet-begunstigden een groter risico opleveren dan de in artikel 92 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde begunstigden, dan mogen deze begunstigden worden vervangen door niet-begunstigden. In dat geval bereikt het totale aantal gecontroleerde landbouwers niettemin het in artikel 68, lid 1, van deze verordening bepaalde controlepercentage. Dergelijke vervangingen moeten naar behoren worden gemotiveerd en gedocumenteerd.
8. De in de leden 5 en 6 beschreven procedures mogen worden gecombineerd wanneer een dergelijke combinatie het controlesysteem doeltreffender maakt.