Art. 40 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014, Berekening van het aandeel van de verschillende gewassen voor de gewasdiversificatie
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014
1. Voor de berekening van het aandeel van de verschillende gewassen als bedoeld in artikel 44, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, is de in aanmerking te nemen periode het deel van de teeltperiode dat gezien de nationale traditionele teeltpraktijken het meest relevant is.
De lidstaten melden deze periode tijdig aan de landbouwers. Elke hectare van het totale bouwland van het bedrijf wordt slechts eens per aanvraagjaar in aanmerking genomen voor de berekening van het aandeel van de verschillende gewassen.
2. Voor de berekening van het aandeel van de verschillende gewassen kan het door een gewas ingenomen areaal landschapselementen bevatten die overeenkomstig artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 deel uitmaken van het subsidiabele areaal.
3. Op een areaal waarop in het kader van combinatieteelt gelijktijdig twee of meer gewassen in afzonderlijke rijen worden verbouwd, wordt elk gewas dat ten minste 25 % van dat areaal inneemt, als afzonderlijk gewas geteld. Het areaal dat door de afzonderlijke gewassen wordt ingenomen, wordt berekend door het areaal waarop de combinatieteelt plaatsvindt, te delen door het aantal gewassen dat ten minste 25 % van dat areaal inneemt, ongeacht het daadwerkelijke aandeel van een gewas op dat areaal.
Een areaal waarop in het kader van de combinatieteelt een hoofdgewas wordt verbouwd en een tweede gewas wordt ondergezaaid, wordt beschouwd als een areaal dat slechts door het hoofdgewas wordt ingenomen.
Een areaal waarop een zaadmengsel is ingezaaid, wordt ongeacht de in het mengsel opgenomen specifieke gewassen, beschouwd als een areaal met een enkel gewas. Onverminderd artikel 44, lid 4, onder d), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 wordt een dergelijk gewas aangeduid als „menggewas”. Wanneer kan worden vastgesteld dat de in een bepaald zaadmengsel opgenomen soorten verschillen van die in een ander zaadmengsel, kunnen de lidstaten deze verschillende zaadmengsels telkens als afzonderlijk enkel gewas beschouwen, mits de verschillende zaadmengsels niet worden gebruikt voor het in artikel 44, lid 4, onder d), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde gewas.