Art. 36 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014, Toepassing van artikel 36, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014

1. Voor de differentiëring van de enkele areaalbetaling als bedoeld in artikel 36, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, gelden de volgende voorschriften:

a) de verwijzing naar de specifieke steunmaatregelen als bedoeld in artikel 68, lid 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 73/2009, laat de mogelijkheid voor de lidstaten onverlet om slechts een of enkele maatregelen in aanmerking te nemen die in het kader van die specifieke maatregelen ten uitvoer zijn gelegd;

b) de lidstaten kunnen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria besluiten welk steunniveau in aanmerking wordt genomen voor een of meer regelingen die de betrokken lidstaten toepassen overeenkomstig artikel 36, lid 3, tweede alinea, van die verordening, en, in voorkomend geval, overeenkomstig de derde alinea van die bepaling. Wanneer rekening wordt gehouden met de steun die in het kader van de relevante regeling in 2014 is verleend, mag het voor de differentiëring van de enkele areaalbetaling gebruikte bedrag echter niet hoger zijn dan het overeenkomstige bedrag dat in 2014 in het kader van die regeling aan een individuele landbouwer is toegekend;

c) wanneer rekening wordt gehouden met de steun die overeenkomstig artikel 68, lid 1, onder c), en de artikelen 126, 127 en 129 van Verordening (EG) nr. 73/2009 is verleend, mag de differentiëring geen afbreuk doen aan het ontkoppelde karakter van die regelingen.

Een dergelijke differentiëring is beschikbaar voor landbouwers die in 2014 de in artikel 36, lid 3, tweede, derde of vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde steun hebben ontvangen. Het bedrag per hectare wordt jaarlijks bepaald door het voor een individuele landbouwer beschikbare bedrag voor de differentiëring van de enkele areaalbetaling te delen door het aantal subsidiabele hectaren dat de landbouwer overeenkomstig artikel 72, lid 1, eerste alinea, onder a), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 heeft aangegeven.

2. Indien het bedrag van de steun die wordt verleend in het kader van een of meer steunregelingen als bedoeld in artikel 36, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, voor 2014 lager is dan het overeenkomstige bedrag/de overeenkomstige bedragen in het jaar voorafgaande aan de jaren waarin sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, houdt de lidstaat rekening met de steun die in het kader van de betrokken steunregelingen is verleend in het jaar voorafgaande aan de jaren waarin sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden.

De lidstaten kunnen besluiten om de toepassing van de eerste alinea te beperken tot gevallen waarin de rechtstreekse betalingen voor 2014 lager zijn dan een bepaald percentage van de overeenkomstige bedragen in het jaar voorafgaand aan de jaren waarin sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden. Dit percentage mag niet lager zijn dan 85 %.

3. De lidstaten kunnen bepalen dat de differentiëring van de enkele areaalbetaling bij een feitelijke of verwachte vererving beschikbaar moet zijn voor de landbouwer die het bedrijf heeft geërfd, mits deze landbouwer voor steun in het kader van de regeling inzake een enkele areaalbetaling in aanmerking komt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen