Art. 12 Richtlijn 2014/59/EU, Groepsafwikkelingsplannen

Richtlijn 2014/59/EU

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat afwikkelingsautoriteiten op groepsniveau samen met de afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen, na raadpleging van de afwikkelingsautoriteiten van significante bijkantoren, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor, groepsafwikkelingsplannen opstellen. Groepsafwikkelingsplannen bevatten een plan voor de afwikkeling van de door de EUmoederonderneming geleide groep als geheel, hetzij door het afwikkelen van de EU-moederonderneming als geheel, hetzij door het opbreken en afwikkelen van de dochterondernemingen. Het groepsafwikkelingsplan bevat maatregelen voor de afwikkeling van:

a) de EU-moederonderneming;

b) de dochterondernemingen die deel uitmaken van de groep en die in de Unie gevestigd zijn;

c) de in artikel 1, lid 1, onder c) en d), bedoelde entiteiten; en

d) behoudens titel VI, de dochterondernemingen die deel uitmaken van de groep en die buiten de Unie gevestigd zijn;

2. Het groepsafwikkelingsplan wordt op basis van de krachtens artikel 11 verstrekte informatie opgesteld.

3. Het groepsafwikkelingsplan:

a) beschrijft de in het kader van de in artikel 10, lid 3, bedoelde scenario’s te nemen afwikkelingsmaatregelen ten aanzien van groepsentiteiten en bevat zowel de afwikkelingsmaatregelen met betrekking tot de in artikel 1, lid 1, onder b), c) en d), bedoelde entiteiten, de moederonderneming en de dochterinstellingen, als de gecoördineerde afwikkelingsmaatregelen met betrekking tot dochterinstellingen;

b) onderzoekt in welke mate de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden op gecoördineerde wijze op in de Unie gevestigde groepsentiteiten kunnen worden toegepast en uitgeoefend, en bevat maatregelen die de aankoop door een derde van de groep als geheel of van afzonderlijke bedrijfsonderdelen of -activiteiten van een aantal of van bepaalde groepsentiteiten faciliteren, en signaleert potentiële belemmeringen voor een gecoördineerde afwikkeling;

c) stelt, ingeval de groep entiteiten omvat die in derde landen zijn gevestigd, passende regelingen vast voor de samenwerking en coördinatie met de betrokken autoriteiten van die derde landen en de gevolgen voor afwikkeling binnen de Unie;

d) geeft aan welke maatregelen, waaronder de juridische en economische afsplitsing van bepaalde functies of bedrijfsonderdelen, nodig zijn om de afwikkeling van de groep te vergemakkelijken wanneer aan de voorwaarden voor groepsafwikkeling wordt voldaan;

e) stelt eventuele niet in deze richtlijn beschreven aanvullende maatregelen vast die de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau voornemens is te nemen ten aanzien van de afwikkeling van de groep;

f) geeft aan hoe de groepsafwikkelingsmaatregelen kunnen worden gefinancierd en zet indien de financieringsregeling nodig is, de beginselen uiteen voor de verdeling van de verantwoordelijkheid voor deze financiering over de financieringsbronnen in de verschillende lidstaten. In het afwikkelingsplan wordt niet uitgegaan van het volgende:

i) buitengewone openbare financiële steun, afgezien van het gebruik van de overeenkomstig artikel 100 getroffen financieringsregelingen;

ii) noodliquiditeitssteun van een centrale bank; of

iii) liquiditeitssteun van een centrale bank onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en rentevoet.

Deze beginselen worden vastgesteld op basis van billijke en evenwichtige criteria en houden met name rekening met artikel 107, lid 5, en met het effect op de financiële stabiliteit in alle betrokken lidstaten.

4. De beoordeling van de afwikkelbaarheid van de groep op grond van artikel 16 geschiedt op hetzelfde moment als het opstellen en bijwerken van het groepsafwikkelingsplan overeenkomstig dit artikel. In het groepsafwikkelingsplan wordt een gedetailleerde beschrijving van de overeenkomstig artikel 16 verrichte beoordeling van de afwikkelbaarheid opgenomen.

5. Het groepsafwikkelingsplan mag geen onevenredige gevolgen hebben voor een lidstaat.

6. De EBA stelt, na raadpleging van het ECSR, ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin de inhoud van de groepsafwikkelingsplannen nader wordt beschreven, rekening houdend met de verscheidenheid aan bedrijfsmodellen op de interne markt.

De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen