Art. 16 Richtlijn 2014/59/EU, Beoordeling van de afwikkelbaarheid voor groepen
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten op groepsniveau, samen met de afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen, na raadpleging van de consoliderende toezichthouder, de bevoegde autoriteiten voor dergelijke dochterondernemingen en de afwikkelingsautoriteiten van de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor, beoordelen in welke mate groepen afwikkelbaar zijn zonder dat van het volgende wordt uitgegaan:
a) buitengewone openbare financiële steun, afgezien van het gebruik van de overeenkomstig artikel 100 getroffen financieringsregelingen;
b) noodliquiditeitssteun van een centrale bank;
c) liquiditeitssteun van een centrale bank onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en rentevoet.
Een groep wordt geacht afwikkelbaar te zijn indien het haalbaar en geloofwaardig is dat de afwikkelingsautoriteiten deze ofwel volgens een normale insolventieprocedure liquideren, ofwel groepsentiteiten afwikkelen door afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden op groepsentiteiten toe te passen, terwijl significante nadelige gevolgen voor het financiële stelsel zoveel mogelijk worden voorkomen, met inbegrip van algemenere financiële instabiliteit of systeembrede gebeurtenissen, van de lidstaten waarin de groepsentiteiten zijn gevestigd, dan wel van andere lidstaten of de Unie en met het oog op het garanderen van de continuïteit van de kritieke functies die door de groepsentiteiten worden uitgevoerd, indien deze gemakkelijk en snel kunnen worden afgesplitst, of via andere middelen. De afwikkelingsautoriteiten op groepsniveau stellen de EBA tijdig in kennis wanneer een groep niet afwikkelbaar wordt geacht.
De beoordeling van de afwikkelbaarheid van een groep wordt door de in artikel 88 bedoelde afwikkelingscolleges in acht genomen.
2. Voor de beoordeling van de afwikkelbaarheid van een groep onderzoeken de afwikkelingsautoriteiten ten minste de in deel C van de bijlage vermelde aangelegenheden.
3. De beoordeling van de afwikkelbaarheid van een groep uit hoofde van dit artikel wordt tegelijkertijd met, en met het oog op, het opstellen en bijwerken van de groepsafwikkelingsplannen overeenkomstig artikel 12 verricht. De beoordeling geschiedt volgens de besluitvormingsprocedures als vastgesteld in artikel 13.