Art. 10 Richtlijn 2014/59/EU, Afwikkelingsplannen
1. Na raadpleging van de bevoegde autoriteit en na overleg met de afwikkelingsautoriteiten van de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor, stelt de afwikkelingsautoriteit een afwikkelingsplan op voor elke instelling die geen deel uitmaakt van een groep waarop krachtens de artikelen 111 en 112 van Richtlijn 2013/36/EU toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend. Het afwikkelingsplan voorziet in de afwikkelingsmaatregelen die de afwikkelingsautoriteit kan nemen wanneer de instelling aan de afwikkelingsvoorwaarden voldoet. De in lid 7, onder a), bedoelde informatie wordt bekendgemaakt aan de betrokken instelling.
2. Bij het opstellen van het afwikkelingsplan identificeert de afwikkelingsautoriteit eventuele wezenlijke belemmeringen voor de afwikkelbaarheid en schetst zij, indien zulks noodzakelijk en evenredig is, de nodige maatregelen om die belemmeringen overeenkomstig hoofdstuk II van deze titel weg te nemen.
3. In het afwikkelingsplan wordt rekening gehouden met relevante scenario’s, met inbegrip van de mogelijkheid dat het falen idiosyncratisch is of in een tijd van bredere financiële instabiliteit of systeembrede gebeurtenissen plaatsvindt. In het afwikkelingsplan wordt niet uitgegaan van het volgende:
a) buitengewone openbare financiële steun, afgezien van het gebruik van de overeenkomstig artikel 100 getroffen financieringsregelingen;
b) noodliquiditeitssteun van een centrale bank; of
c) liquiditeitssteun van een centrale bank onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en rentevoet.
4. In het afwikkelingsplan wordt geanalyseerd hoe en wanneer een instelling onder de in het plan vermelde omstandigheden een verzoek om het gebruik van centrale bankfaciliteiten mag indienen, en wordt aangegeven welke activa naar verwachting als zekerheid in aanmerking zouden komen.
5. Afwikkelingsautoriteiten kunnen van instellingen eisen dat zij hen helpen bij het opstellen en bijwerken van de plannen.
6. De afwikkelingsplannen worden geëvalueerd en, indien nodig, bijgewerkt, en dat ten minste een keer per jaar, alsmede na elke materiële verandering in de juridische of organisatiestructuur van de instelling of in haar bedrijfsactiviteiten of financiële positie welke een wezenlijk effect op de doeltreffendheid van het plan kan hebben of anderszins een herziening in het afwikkelingsplan noodzakelijk maakt.
Ten behoeve van de in de eerste alinea bedoelde evaluatie of bijwerking van de afwikkelingsplannen brengen de instellingen en de bevoegde autoriteiten de afwikkelingsautoriteiten onverwijld op de hoogte van alle veranderingen die een dergelijke evaluatie of bijwerking van het afwikkelingsplan nodig maken.
7. Onverminderd artikel 4, beschrijft het afwikkelingsplan mogelijkheden voor de toepassing van de in titel IV bedoelde afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden op de instelling. Het plan bevat, indien passend en mogelijk gekwantificeerd:
a) een samenvatting van de belangrijkste elementen van het plan;
b) een samenvatting van de wezenlijke veranderingen in de instelling welke zich sinds de indiening van de laatste afwikkelingsinformatie hebben voorgedaan;
c) een demonstratie van de wijze waarop de kritieke functies en kernbedrijfsonderdelen juridisch en economisch voldoende van de overige functies kunnen worden gescheiden om bij falen van de instelling de continuïteit te waarborgen;
d) een schatting van het tijdsbestek voor de uitvoering van elk materieel aspect van het plan;
e) een gedetailleerde beschrijving van de overeenkomstig lid 2 van dit artikel en artikel 15 uitgevoerde beoordeling van de afwikkelbaarheid;
f) een beschrijving van de eventueel op grond van artikel 17 vereiste maatregelen voor het aanpakken of wegnemen van belemmeringen voor de afwikkelbaarheid die als gevolg van de overeenkomstig artikel 15 uitgevoerde beoordeling zijn vastgesteld;
g) een beschrijving van de procedures voor het bepalen van de waarde en verkoopbaarheid van de kritieke functies, kernbedrijfsonderdelen en activa van de instelling;
h) een gedetailleerde beschrijving van de regelingen die ervoor moeten zorgen dat de op grond van artikel 11 vereiste informatie actueel is en te allen tijde voor de afwikkelingsautoriteiten beschikbaar is;
i) een toelichting door de afwikkelingsautoriteit van de wijze waarop de afwikkelingsmogelijkheden kunnen worden gefinancierd zonder dat van het volgende wordt uitgegaan;
i) buitengewone openbare financiële steun, afgezien van het gebruik van de overeenkomstig artikel 100 getroffen financieringsregelingen;
ii) noodliquiditeitssteun van een centrale bank; of
iii) liquiditeitssteun van een centrale bank onder niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en rentevoet;
j) een gedetailleerde beschrijving van de verschillende afwikkelingsstrategieën die binnen de verschillende mogelijke scenario’s kunnen worden toegepast en de betreffende tijdsbestekken;
k) een beschrijving van kritieke onderlinge afhankelijkheden;
l) een beschrijving van de mogelijkheden voor het vrijwaren van de toegang tot betalingen en clearingdiensten en andere infrastructuren en een beoordeling van de overdraagbaarheid van de posities van cliënten;
m) een analyse van de gevolgen van het plan voor de werknemers van de instelling, met een beoordeling van eventueel daarmee gepaard gaande kosten, en een beschrijving van de beoogde procedures om de werknemers te raadplegen tijdens het afwikkelingsproces, waarbij, in voorkomend geval, rekening wordt gehouden met nationale stelsels voor een dialoog met de sociale partners;
n) een plan om met de media en het publiek te communiceren;
o) het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva krachtens artikel 45, lid 1, en een termijn voor het bereiken van dat niveau, in voorkomend geval;
p) in voorkomend geval, het minimumvereiste voor eigen vermogen en contractuele instrumenten van de inbreng van de particuliere sector krachtens artikel 45, lid 1, en een termijn voor het bereiken van dat niveau, in voorkomend geval;
q) een beschrijving van essentiële verrichtingen en systemen om de continue werking van de bedrijfsprocessen van de instelling te waarborgen;
r) indien van toepassing, eventuele adviezen van de instelling betreffende het afwikkelingsplan.
8. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten over de bevoegdheid beschikken om een instelling en een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) of d), te verplichten gedetailleerde gegevens bij te houden aangaande financiële contracten waarbij zij partij zijn. De afwikkelingsautoriteit kan een termijn bepalen binnen welke de instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) of d), in staat moeten zijn die gegevens over te leggen. Dezelfde termijn is van toepassing op alle instellingen en alle entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) en d), in haar jurisdictie. De afwikkelingsautoriteit kan ertoe besluiten verschillende termijnen voor verschillende soorten financiële contracten, als omschreven in artikel 2, punt 100, te stellen. Dit lid laat de informatievergaringsbevoegdheden van de bevoegde autoriteit onverlet.
9. De EBA stelt, na raadpleging van het ECSR, ontwerpen van technische reguleringsnormen waarin de inhoud van het afwikkelingsplan nader wordt beschreven.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.