Art. 15 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Voorwaarden voor het verstrekken van financiële bijstand via financiële instrumenten
Verordening (EU) nr. 1316/2013
1. De acties die met financiële instrumenten worden ondersteund, worden geselecteerd op basis van rijpheid; hierbij moet worden gestreefd naar sectorale diversificatie overeenkomstig de artikelen 3 en 4, en naar geografisch evenwicht tussen de lidstaten. Zij dienen:
a) een Europese meerwaarde te bieden;
b) te beantwoorden aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie;
c) een hefboomeffect te hebben op de steun van de Unie, eruit bestaande dat beoogd wordt om een globale investering te op gang te brengen, die de Uniebijdrage overeenkomstig de vooraf bepaalde indicatoren in omvang overtreft.
2. De Unie, lidstaten en andere investeerders kunnen de bijdragen van de financiële instrumenten aanvullen met financiële bijstand voor zover de Commissie instemt met de wijzigingen die in verband met de aanvullende bijdrage moeten worden aangebracht in de selectiecriteria voor acties en/of in de investeringsstrategie van het instrument.
3. De financiële instrumenten beogen het multipliereffect van de uitgaven van de Unie te versterken door bijkomende middelen van particuliere investeerders aan te trekken. De financiële instrumenten kunnen aanvaardbare rendementen genereren waarmee wordt voldaan aan de doelstellingen van andere partners of investeerders, en tevens wordt beoogd de waarde van de uit de Uniebegroting verstrekte middelen te handhaven.
4. De financiële instrumenten op grond van deze verordening kunnen worden gecombineerd met subsidies uit de Uniebegroting.
5. De Commissie mag in de in artikel 17 bedoelde werkprogramma's aanvullende voorwaarden vaststellen, overeenkomstig de specifieke behoeften van de vervoers-, telecommunicatie- en energiesectoren.