Art. 24 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Infrastructuurcomponenten
Verordening (EU) nr. 1315/2013
1. De luchtvaartinfrastructuur omvat in het bijzonder:
a) het luchtruim, de vliegroutes en de luchtcorridors;
b) luchthavens;
c) de verbindingen tussen luchthavens en de andere vervoerswijzen in het trans-Europees vervoersnetwerk;
d) bijbehorende uitrusting;
e) luchtnavigatiesystemen, met inbegrip van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR).
2. Luchthavens voldoen aan een van de volgende criteria:
a) met betrekking tot luchthavens voor reizigersvervoer: het totale jaarlijkse reizigersverkeer vertegenwoordigt ten minste 0,1 % van het totale aantal passagiers van alle luchthavens in de Unie, tenzij de luchthaven meer dan 100 km verwijderd ligt van de dichtstbijzijnde luchthaven van het uitgebreide netwerk, of meer dan 200 km als de betrokken regio over een hogesnelheidslijn beschikt;
b) met betrekking tot goederenluchthavens bedraagt het totale jaarlijkse goederenvolume ten minste 0,2 % van het totale jaarlijkse goederenvolume van alle luchthavens in de Unie.
Het totale aantal passagiers en het totale jaarlijkse goederenvolume worden bepaald op basis van het meest recentelijk beschikbare driejaarlijkse gemiddelde, gepubliceerd door Eurostat.