Art. 21 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Snelwegen op zee
Verordening (EU) nr. 1315/2013
1. Snelwegen op zee vormen het maritieme element van het trans-Europees vervoersnetwerk en dragen daardoor bij tot de verwezenlijking van een Europese zeevervoersruimte zonder grenzen. Zij bestaan uit kustvaartroutes, havens, bijbehorende maritieme infrastructuur en uitrusting, voorzieningen en vereenvoudigde administratieve formaliteiten die kustvaart- of zee-rivierdiensten mogelijk maken tussen ten minste twee havens, met inbegrip van verbindingen met het achterland. Snelwegen op zee omvatten:
a) zeeverbindingen tussen zeehavens van het uitgebreide netwerk of tussen een haven van het uitgebrede netwerk en een haven van een derde land, indien dergelijke verbindingen van strategisch belang zijn voor de Unie;
b) havenvoorzieningen, goederenterminals, buiten het havengebied gelegen maar met het oog op het havenverkeer aangelegde logistieke platforms en vrachtdorpen, informatie- en communicatietechnologieën (ICT) zoals elektronische systemen voor logistiek beheer, veiligheid en beveiliging, en administratieve en douaneprocedures in ten minste één lidstaat;
c) infrastructuur die een directe toegang biedt tot het vasteland en de zee.
2. Projecten van gemeenschappelijk belang voor snelwegen op zee in het kader van het trans-Europees vervoersnetwerk moeten door ten minste twee lidstaten worden voorgesteld. Zij kunnen het volgende omvatten:
a) een zeeverbinding en de bijbehorende achterlandverbindingen binnen het kernnetwerk tussen twee of meer havens van het kernnetwerk; of
b) een zeeverbinding en de bijbehorende achterlandverbindingen tussen een haven van het kernnetwerk en havens van het uitgebreide netwerk, met bijzondere aandacht voor de verbindingen met het achterland van de havens in het kern- en het uitgebreide netwerk.
3. Projecten van gemeenschappelijk belang voor snelwegen op zee in het kader van het trans-Europees vervoersnetwerk kunnen ook activiteiten van algemener nut omvatten, die niet aan specifieke havens gebonden zijn, zoals diensten en activiteiten ter ondersteuning van de mobiliteit van personen en goederen, activiteiten ter verbetering van de milieuprestaties, zoals walstroomvoorzieningen waardoor schepen hun uitstoot kunnen verminderen, het beschikbaar stellen van voorzieningen voor het breken van ijs, het gehele jaar door bevaarbaar houden van de vaarroute, baggerwerken en voorzieningen voor alternatieve brandstoffen, alsook de optimalisering van processen, procedures en het menselijke aspect, ICT-platforms en informatiesystemen, waaronder verkeersbeheer en elektronische meldsystemen.
4. Uiterlijk twee jaar na de aanwijzing van de Europese coördinator voor snelwegen op zee overeenkomstig artikel 51, dient die coördinator een gedetailleerd uitvoeringsplan voor de snelwegen op zee in, dat gebaseerd is op ervaringen en ontwikkelingen in verband met de zeevaart in de Unie en op de verwachte verkeersstromen op de snelwegen op zee.