Art. 34 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Financiële steun van de Unie
Verordening (EU) nr. 1308/2013
1. De financiële steun van de Unie is gelijk aan het bedrag van de in artikel 32, lid 1, onder a), bedoelde financiële bijdragen die daadwerkelijk betaald zijn en is beperkt tot 50 % van de daadwerkelijk gedane uitgaven.
2. De financiële steun van de Unie is beperkt tot 4,1 % van de waarde van de door elke producentenorganisatie of haar unie in de handel gebrachte productie.
Dit percentage kan echter in het geval van producentenorganisaties worden verhoogd tot 4,6 % van de waarde van de in de handel gebrachte productie mits het bedrag dat 4,1 % van de waarde van de in de handel gebrachte productie overschrijdt, uitsluitend wordt gebruikt voor crisispreventie- en crisisbeheersingsmaatregelen.
In het geval van unies van producentenorganisaties mag dat percentage worden verhoogd tot 4,7 % van de waarde van de in de handel gebrachte productie, mits het bedrag dat 4,1 % van de waarde van de in de handel gebrachte productie overschrijdt, uitsluitend wordt gebruikt voor crisispreventie- en crisisbeheersingsmaatregelen die door die unie van producentenorganisaties worden uitgevoerd namens haar leden.
3. Op verzoek van een producentenorganisatie wordt het in lid 1 vastgestelde maximum van 50 % verhoogd tot 60 % indien een operationeel programma of een gedeelte daarvan voldoet aan ten minste een van de volgende voorwaarden:
a) het wordt ingediend door meerdere producentenorganisaties van de Unie, die in het kader van transnationale regelingen in verschillende lidstaten werkzaam zijn;
b) het wordt ingediend door een of meer producentenorganisaties voor regelingen die door samenwerkende branches in een bedrijfskolom worden toegepast;
c) het heeft uitsluitend betrekking op specifieke steun voor de productie van onder Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (23) vallende biologische producten;
d) het is het eerste programma dat wordt ingediend door een erkende producentenorganisatie die voortkomt uit de fusie van twee erkende producentenorganisaties;
e) het is het eerste programma dat wordt ingediend door een erkende unie van producentenorganisaties;
f) het wordt ingediend door producentenorganisaties in lidstaten waar minder dan 20 % van de groente- en fruitproductie door producentenorganisaties wordt afgezet;
g) het wordt ingediend door een producentenorganisatie in een van de in artikel 349 VWEU vermelde ultraperifere gebieden van de Unie.
4. Het in lid 1 genoemde maximum van 50 % wordt verhoogd tot 100 % indien de hoeveelheden uit de markt genomen groenten en fruit niet meer dan 5 % van het volume van de in de handel gebrachte productie van elke producentenorganisatie bedragen, en als volgt worden afgezet:
a) gratis verstrekking aan daartoe door de lidstaten erkende liefdadigheidsinstellingen of -organisaties ten bate van acties ten behoeve van personen die op grond van de nationale wetgeving recht hebben op overheidsbijstand, met name omdat zij over onvoldoende middelen beschikken om in hun onderhoud te voorzien; of
b) gratis verstrekking aan door de lidstaten aangewezen strafinrichtingen, scholen, in artikel 22 bedoelde instellingen, kindervakantiekampen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen, waarbij de lidstaten erop toezien dat de in dit kader verstrekte hoeveelheden boven de hoeveelheden komen die deze instellingen normaliter aankopen.