Art. 37 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Gedelegeerde bevoegdheden

Verordening (EU) nr. 1308/2013

Teneinde een efficiënte, gerichte en duurzame steun voor de producentenorganisaties en de unies daarvan in de sector groenten en fruit te waarborgen is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van voorschriften betreffende:

a) actiefondsen en operationele programma's, met betrekking tot:

i) de geraamde bedragen, de besluiten van de producentenorganisaties en de unies daarvan over de financiële bijdragen en het gebruik van de actiefondsen;

ii) de in het kader van operationele programma's op te nemen of uit te sluiten maatregelen, acties, uitgaven en administratieve kosten en personeelskosten, de wijzigingen daarin, alsmede de door de lidstaten te bepalen aanvullende eisen;

iii) het voorkomen van dubbele financiering vanuit operationele programma's en plattelandsontwikkelingsprogramma's;

iv) operationele programma's van unies van producentenorganisaties;

v) de bijzondere voorschriftens welke gelden voor gevallen waarin unies van producentenorganisaties geheel of ten dele operationele programma's beheren, behandelen, uitvoeren en indienen;

vi) het verplichte gebruik van gemeenschappelijke indicatoren voor de monitoring en evaluatie van de operationele programma's;

b) het nationale kader en de nationale strategie voor operationele programma's betreffende de verplichting om de doeltreffendheid van de nationale kaders en van de nationale strategieën te volgen en te evalueren;

c) de financiële steun van de Unie, met betrekking tot:

i) de grondslag voor de berekening van de in artikel 34, lid 2, bedoelde financiële steun van de Unie en van de in artikel 32, lid 2, bedoelde waarde van de in de handel gebrachte productie;

ii) de voor de berekening van de steun geldende referentieperioden;

iii) het betalen van voorschotten en de eis zekerheid te stellen wanneer er een voorschot op de steun wordt betaald;

iv) de bijzondere voorschriften welke gelden voor de financiering van operationele programma's van unies van producentenorganisaties, met name van programma's met betrekking tot de toepassing van de in artikel 34, lid 2, bedoelde grenzen;

d) crisispreventie- en crisisbeheersingsmaatregelen, met betrekking tot:

i) de mogelijkheid voor de lidstaten om een of meer crisispreventie- en crisisbeheersingsmaatregelen niet toe te passen;

ii) voorwaarden in verband met artikel 33, lid 3, eerste alinea, onder a), b) en c);

iii) de door de lidstaten vast te stellen toegestane bestemmingen van uit de markt genomen producten;

iv) het maximumniveau van de steun voor uit de markt genomen producten;

v) de eis dat het uit de markt nemen van producten voorafgaandelijk wordt gemeld;

vi) de grondslag voor de berekening van het volume van de in de handel gebrachte productie met het oog op gratis verstrekking als bedoeld in artikel 34, lid 4, en de bepaling van een maximumvolume van de in de handel gebrachte productie in het geval van het uit de markt nemen van producten;

vii) de eis dat op verpakkingen van voor gratis verstrekking bestemde producten het logo van de Unie wordt aangebracht;

viii) de voorwaarden waaraan ontvangers van uit de markt genomen producten moeten voldoen;

ix) het gebruik van definities voor de toepassing van deze afdeling;

x) de door de lidstaten vast te stellen voorwaarden betreffende groen oogsten en niet oogsten;

xi) oogstverzekeringen.

xii) onderlinge fondsen; en

xiii) de voorwaarden betreffende, en de vaststelling van een maximum voor de uitgaven voor, de herbeplanting van boomgaarden om sanitaire of fytosanitaire redenen overeenkomstig artikel 33, lid 3, eerste alinea, onder e);

e) nationale financiële steun, met betrekking tot:

i) de mate van organisatie van de producenten;

ii) de eis dat zekerheid wordt gesteld indien er een voorschot wordt betaald;

iii) de maximale vergoeding van de nationale financiële steun door de Unie.