Art. 33 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Operationele programma's
Verordening (EU) nr. 1308/2013
1. De operationele programma's in de sector groenten en fruit lopen ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij hebben twee of meer van de in artikel 152, lid 1, onder c), genoemde doelen, dan wel twee van de volgende doelen:
a) productieplanning, inclusief raming en monitoring van de productie en de consumptie;
b) verbetering van de kwaliteit van de verse of verwerkte producten;
c) verhoging van de handelswaarde van de producten;
d) bevordering van de afzet van de verse of verwerkte producten;
e) milieumaatregelen, met name op watergebied, en milieuvriendelijke productiemethoden, waaronder biologische landbouw;
f) crisispreventie en crisisbeheersing.
De operationele programma's worden ter goedkeuring aan de lidstaten overgelegd.
2. Unies van producentenorganisaties kunnen ook een volledig of gedeeltelijk operationeel programma presenteren dat bestaat uit acties die door de aangesloten organisaties zijn vastgesteld, maar niet door hen worden uitgevoerd, in het kader van hun operationele programma's. Voor de operationele programma's van unies van producentenorganisaties gelden dezelfde voorschriften als voor de operationele programma's van producentenorganisaties en ze worden met de operationele programma's van de aangesloten organisaties beoordeeld.
De lidstaten zorgen er daartoe voor dat:
a) de acties van de operationele programma's van een unie van producentenorganisaties volledig gefinancierd worden uit bijdragen van die aangesloten organisaties van die unie en dat die financiering wordt bijeengebracht door de actiefondsen van deze aangesloten organisaties;
b) de acties en de overeenkomstige financiële bijdrage vermeld worden in het operationele programma van elke aangesloten organisatie;
c) er geen dubbele financiering plaatsvindt.
3. De in lid 1, eerste alinea, onder f), bedoelde maatregelen voor crisispreventie en crisisbeheersing bestaan erin crises op de groente- en fruitmarkten te vermijden en op te vangen, en omvatten in dit verband:
a) investeringen om het beheer van de in de handel gebrachte hoeveelheden efficiënter te maken;
b) opleidingsmaatregelen en uitwisselingen van beste praktijken;
c) afzetbevordering en communicatie, preventief of gedurende een crisisperiode;
d) steun voor de administratieve kosten van het opzetten van onderlinge fondsen;
e) herbeplanting van boomgaarden waar dat nodig is na verplichte rooiing om sanitaire of fytosanitaire redenen in opdracht van de bevoegde autoriteit van de lidstaat;
f) het uit de markt nemen van producten;
g) het groen oogsten of het niet oogsten van groenten en fruit;
h) oogstverzekeringen.
Steun voor oogstverzekeringen moet bijdragen tot het garanderen van de inkomsten van producenten als er verliezen worden geleden ten gevolge van natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden, ziekten of plagen.
In de verzekeringsovereenkomsten wordt bepaald dat de begunstigden nodige risicopreventiemaatregelen moeten nemen.
Crisispreventie- en crisisbeheersingsmaatregelen, met inbegrip van de aflossing van kapitaal en rente zoals bedoeld in de vijfde alinea, mogen niet meer dan één derde van de uitgaven in het kader van het operationele programma vormen.
Producentenorganisaties mogen commerciële leningen aangaan om crisispreventie- en crisisbeheersingsmaatregelen te financieren. De aflossing van kapitaal en rente in verband met deze leningen mag dan onderdeel zijn van het operationele programma, en komt zo in aanmerking voor financiële Uniesteun op grond van artikel 34. Specifieke acties in het kader van crisispreventie en -beheersing kunnen met dergelijke leningen worden gefinancierd, ofwel rechtstreeks, ofwel beide.
4. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
a) "groen oogsten": het oogsten van de totale hoeveelheid onrijpe, niet-afzetbare producten op een bepaalde oppervlakte die vóór het groen oogsten niet beschadigd zijn als gevolg van klimaatomstandigheden, ziekte of andere oorzaken;
b) "niet oogsten": de beëindiging van de huidige productiecyclus op de betrokken oppervlakte wanneer het product goed ontwikkeld en van gezonde handelskwaliteit is. De vernietiging van producten als gevolg van een klimaatgebeurtenis of ziekte wordt niet als niet oogsten beschouwd.
5. De lidstaten zorgen ervoor dat:
a) de operationele programma's twee of meer milieuacties omvatten; of
b) ten minste 10 % van de uitgaven in het kader van de operationele programma's milieuacties betreft.
De milieuacties voldoen aan de eisen inzake agromilieu- en klimaatbetalingen die in artikel 28, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 zijn vastgesteld.
Wanneer ten minste 80 % van de bij een producentenorganisatie aangesloten producenten een of meer identieke, in artikel 28, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde agromilieu- en klimaatverbintenissen is aangegaan, telt elk van die verbintenissen als een milieuactie als bedoeld in punt a) van de eerste alinea van dit lid.
De steun voor de in de eerste alinea van dit lid bedoelde milieuacties dekt de extra kosten en het inkomensverlies die uit de actie voortvloeien.
6. De lidstaten zorgen ervoor dat investeringen die de druk op het milieu verhogen, slechts worden toegestaan als doeltreffende voorzorgsmaatregelen worden genomen om het milieu tegen deze druk te beschermen.