Art. 36 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Nationaal kader en nationale strategie voor operationele programma's
Verordening (EU) nr. 1308/2013
1. De lidstaten stellen een nationaal kader vast met de algemene voorwaarden voor de in artikel 33, lid 5, bedoelde milieuacties. In dit kader wordt met name bepaald dat die acties moeten voldoen aan de toepasselijke eisen van Verordening (EU) nr. 1305/2013, met name de eisen van artikel 3 daarvan.
De lidstaten leggen hun voorstel voor een nationaal kader voor aan de Commissie, die door middel van zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedures vastgestelde uitvoeringshandelingen binnen drie maanden vanaf de indiening kan verzoeken daarin wijzigingen aan te brengen indien zij van oordeel is dat het voorstel niet bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 191 VWEUen van het Zevende Milieuactieprogramma van de Unie. Door operationele programma's gesteunde investeringen in individuele bedrijven moeten eveneens in overeenstemming zijn met deze doelstellingen.
2. Elke lidstaat stelt een nationale strategie voor duurzame operationele programma's in de sector groenten en fruit vast. Deze strategie omvat:
a) een analyse van de situatie wat de sterke en de zwakke punten en het ontwikkelingspotentieel betreft;
b) een toelichting bij de keuze van de prioriteiten;
c) de doelstellingen van de operationele programma's en instrumenten, en prestatie-indicatoren;
d) een evaluatie van de operationele programma’s;
e) rapportageverplichtingen voor producentenorganisaties.
De nationale strategie moet tevens het in lid 1 bedoelde nationale kader bevatten.
3. De leden 1 en 2 gelden niet voor lidstaten waar geen erkende producentenorganisaties bestaan.