Art. 25, Waarde van betalingsrechten en convergentie
1. In 2015 berekenen de lidstaten de waarde per eenheid van de betalingsrechten door een vast percentage van het in bijlage II vermelde nationale maximum voor elk betrokken jaar te delen door het aantal betalingsrechten in 2015 op nationaal en regionaal niveau, met uitzondering van de in 2015 uit de nationale reserve of uit de regionale reserve toegewezen betalingsrechten.
Het in de eerste alinea bedoelde vaste percentage wordt berekend door het voor 2015, respectievelijk, overeenkomstig artikel 22, lid 1, of artikel 23, lid 2, van deze verordening vast te stellen nationale of regionale maximum voor de basisbetalingsregeling te delen, na toepassing van de lineaire verlaging als bedoeld in artikel 30, lid 1, of, in voorkomend geval, in artikel 30, lid 2, door het in bijlage II vermelde nationale maximum voor 2015. De betalingsrechten worden uitgedrukt in een aantal dat overeenstemt met een aantal hectaren.
2. In afwijking van de in lid 1 bedoelde berekeningsmethode kunnen de lidstaten besluiten de waarde van de betalingsrechten in 2015 te differentiëren, met uitzondering van de in 2015 uit de nationale reserve of uit de regionale reserves toegewezen betalingsrechten, voor elk betrokken jaar op basis van de initiële waarde per eenheid berekend overeenkomstig artikel 26.
3. Uiterlijk met ingang van het aanvraagjaar 2019, hebben alle betalingsrechten in een lidstaat of, wanneer artikel 23 wordt toegepast, in een regio een uniforme waarde per eenheid.
4. In afwijking van lid 3 kan een lidstaat besluiten dat de waarde per eenheid van betalingsrechten waarvan de overeenkomstig artikel 26, berekende initiële waarde per eenheid dat lager is dan 90 % van de nationale of regionale waarde per eenheid in 2019, uiterlijk voor het aanvraagjaar 2019 wordt verhoogd met ten minste een derde van het verschil tussen hun initiële waarde per eenheid en 90 % van de nationale of regionale waarde per eenheid in 2019.
De lidstaten kunnen besluiten het in de eerste alinea bedoelde percentage zodanig vast te stellen dat dit hoger dan 90 % maar niet hoger dan 100 % is.
Voorts schrijven de lidstaten voor dat ten laatste voor het aanvraagjaar 2019 geen enkel betalingsrecht een waarde per eenheid mag hebben die minder bedraagt dan 60 % van de nationale of regionale waarde per eenheid in 2019, tenzij zulks in een lidstaat die de drempel bedoeld in lid 7 toepast, zou leiden tot een maximale vermindering boven dat die percentagedrempel. In dat geval wordt de minimumwaarde per eenheid vastgesteld op een niveau dat nodig is om die drempel in acht te nemen.
5. De in lid 4 bedoelde nationale of regionale waarde per eenheid in 2019 wordt berekend door een vast percentage van het nationale maximum vermeld in bijlage II, of van het regionale maximum, voor het kalenderjaar 2019, te delen door het aantal betalingsrechten in 2015 in de betrokken lidstaat of regio, met uitzondering van de in 2015 uit de nationale reserve of regionale reserves toegewezen betalingsrechten. Dit vaste percentage wordt berekend door het nationaal of regionaal maximum voor de basisbetalingsregeling dat overeenkomstig, respectievelijk, artikel 22, lid 1, of artikel 23, lid 2, voor het jaar 2015 moet worden vastgesteld, na toepassing van de lineaire verlaging als bedoeld in artikel 30, lid 1, of, in voorkomend geval, in artikel 30, lid 2, te delen door het in bijlage II vermelde nationale maximum of door het regionale maximum, voor 2015.
6. De regionale maxima als bedoeld in lid 5 worden berekend door een vast percentage toe te passen op het nationale maximum als vermeld in bijlage II voor het jaar 2019. Dat vaste percentage wordt berekend door de respectieve regionale maxima, als vastgesteld overeenkomstig artikel 23, lid 2, voor het jaar 2015 te delen door het nationaal maximum dat overeenkomstig artikel 22, lid 1, voor het jaar 2015 moet worden vastgelegd, na toepassing van de lineaire verlaging als bedoeld in artikel 30, lid 1, ingeval artikel 23, lid 2, tweede alinea, van toepassing is.
7. Om de verhogingen van de waarde van de in lid 4 bedoelde betalingsrechten te financieren, wordt het verschil tussen de initiële waarde per eenheid van betalingsrechten met een initiële waarde per eenheid die hoger is dan de nationale of regionale waarde per eenheid in 2019, enerzijds, en de nationale of regionale waarde per eenheid in 2019, anderzijds, verlaagd op basis van door de lidstaten vast te stellen objectieve en niet-discriminerende criteria. Deze criteria kunnen de vaststelling van een maximumvermindering van de initiële waarde per eenheid van 30 % omvatten.
8. Bij de toepassing van lid 2 van dit artikel verloopt de overgang van de initiële waarde per eenheid van betalingsrechten als berekend overeenkomstig artikel 26, naar de eindwaarde per eenheid in 2019 als vastgesteld overeenkomstig de lid 3 of de leden 4 tot en met 7 van dit artikel in gelijke stappen vanaf 2015.
Teneinde ervoor te zorgen dat het in lid 1 van dit artikel bedoelde vaste percentage voor elk jaar in acht wordt genomen, wordt de waarde van de betalingsrechten met een initiële waarde per eenheid die hoger is dan de nationale of regionale waarde per eenheid in 2019 aangepast.
9. In afwijking van lid 8 van dit artikel en indien de lidstaten die, overeenkomstig artikel 21, lid 3, besluiten hun bestaande betalingsrechten te behouden, lid 2 van dit artikel toepassen, verloopt de overgang van de initiële waarde per eenheid van betalingsrechten als vastgesteld overeenkomstig artikel 26, lid 5, naar de eindwaarde per eenheid in 2019 als vastgesteld overeenkomstig de lid 3 of leden 4 tot en met 7 van dit artikel, waar nodig, door het toepassen van de stappen die nationaal zijn besloten overeenkomstig artikel 63, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003.
Teneinde ervoor te zorgen dat het in lid 1 van dit artikel bedoelde vast percentage voor elk jaar in acht wordt genomen, wordt de waarde van alle betalingsrechten lineair aangepast.
10. In 2015 stellen de lidstaten de landbouwers in kennis van de overeenkomstig dit artikel en de artikelen 26 en 27 berekende waarde van hun betalingsrechten voor elk jaar van de door deze verordening bestreken periode.