Art. 22, Maximum voor de basisbetalingsregeling

1. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin voor elke lidstaat het jaarlijkse nationale maximum voor de basisbetalingsregeling wordt vastgelegd door de overeenkomstig de artikelen 42, 47, 49, 51 en 53 vastgestelde maxima, in mindering te brengen op het in bijlage II vermelde jaarlijkse maximum. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 71, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2. Voor elke lidstaat, kan het volgens lid 1 van dit artikel berekende bedrag worden verhoogd met maximum 3 % van het in bijlage II vermelde toepasselijk jaarlijkse nationaal maximum, na aftrek van het bedrag dat resulteert uit de toepassing van het in artikel 47, lid 1, vermelde percentage voor het betreffende jaar. Indien een lidstaat deze verhoging toepast, houdt de Commissie met deze verhoging rekening bij het vaststellen van het jaarlijkse nationale maximum voor de basisbetalingsregeling overeenkomstig lid 1 van dit artikel. Daartoe stellen de lidstaten de Commissie vóór 1 augustus 2014 in kennis van de jaarlijkse percentages mee waarmee het volgens het lid 1 van dit artikel berekende bedrag moet worden verhoogd.

3. De lidstaten kunnen hun in het lid 2 bedoelde besluit jaarlijks herzien en stellen de Commissie uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan de toepassing ervan in kennis van op die herziening gebaseerde besluiten.

4. De totale waarde van alle betalingsrechten en de nationale reserve of de regionale reserves is voor elke lidstaat en voor elk jaar gelijk aan het desbetreffende jaarlijkse nationale maximum dat de Commissie ingevolge lid 1 heeft vastgesteld.

5. Indien het maximum voor een lidstaat vastgesteld door de Commissie uit hoofde van lid 1, verschilt van dat van het voorgaande jaar als gevolg van de besluiten die een lidstaat heeft genomen overeenkomstig lid 3 van dit artikel, de derde en vierde alinea van artikel 14, lid 1, de derde en de vierde alinea van artikel 14, lid 2, artikel 42, lid 1, artikel 49, lid 1, tweede alinea, artikel 51, lid 1, tweede alinea, of artikel 53, verlaagt of verhoogt die lidstaat de waarde van alle betalingsrechten lineair om aan het bepaalde in lid 4 van dit artikel te voldoen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen