Art. 20 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Speciale nationale reserve voor mijnenruimen in Kroatië
Verordening (EU) nr. 1307/2013
1. Vanaf 2015 stelt Kroatië de Commissie elk jaar uiterlijk op 31 januari in kennis van de arealen die overeenkomstig artikel 57 bis, lid 10, van Verordening (EG) nr. 73/2009 zijn geïdentificeerd en in het voorgaande jaar opnieuw voor landbouwactiviteiten in gebruik zijn genomen.
Tevens stelt Kroatië de Commissie in kennis van het aantal betalingsrechten dat op 31 december van het voorafgaande kalenderjaar voor landbouwers beschikbaar was, en van het bedrag in de speciale nationale reserve voor mijnenruimen dat op diezelfde datum nog niet was uitgegeven.
De in de eerste en tweede alinea bedoelde meldingen worden, indien van toepassing, gedaan per regio zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 23, lid 1, van deze verordening.
2. Bij de aanpassing van bijlage II overeenkomstig artikel 6, lid 3, berekent de Commissie jaarlijks de bedragen waarmee de in die bijlage voor Kroatië vastgestelde bedragen moeten worden aangevuld ter financiering van de steun die in het kader van de in bijlage I vermelde regelingen voor het in lid 1 van dit artikel bedoelde areaal moet worden toegekend. Dat bedrag wordt berekend op basis van de gegevens waarvan Kroatië overeenkomstig lid 1 van dit artikel heeft kennisgegeven en de geraamde gemiddelde rechtstreekse betalingen per hectare voor het betrokken jaar in Kroatië.
Het maximumbedrag dat overeenkomstig de eerste alinea wordt toegevoegd op basis van alle arealen waarvan Kroatië overeenkomstig lid 1 in de periode tot en met 2022 kennis geeft, is 9 600 000 EUR en is onderworpen aan de regeling voor de invoering van rechtstreekse betalingen overeenkomstig artikel 17. De resulterende jaarlijkse maximumbedragen zijn opgenomen in bijlage VII.
3. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin het aandeel van het overeenkomstig lid 2 aan te vullen bedrag dat Kroatië ter financiering van de betalingsrechten voor het in lid 1 bedoelde areaal opneemt in de speciale nationale reserve voor mijnenruimen, wordt vastgelegd. Dat aandeel wordt berekend op basis van de verhouding tussen het maximum voor de basisbetalingsregeling en het in bijlage II vermelde nationale maximum, voordat dat bedrag overeenkomstig lid 2 is verhoogd. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 71, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
4. Voor de jaren 2015 tot en met 2022 gebruikt Kroatië de speciale nationale reserve voor mijnenruimen om betalingsrechten aan landbouwers toe te wijzen op basis van de ontmijnde gronden die door de landbouwers voor het betrokken jaar zijn aangegeven, indien:
a) de gronden subsidiabele hectaren zijn in de zin van artikel 32, leden 2 tot en met 5;
b) de betrokken gronden gedurende het voorgaande kalenderjaar opnieuw voor landbouwactiviteiten gebruikt zijn; en
c) de grond waarvan de Commissie overeenkomstig lid 1 van dit artikel in kennis is gesteld.
5. De waarde van de krachtens dit artikel vastgestelde betalingsrechten stemt overeen met de nationale of regionale gemiddelde waarde van de betalingsrechten in het jaar van toewijzing, binnen de grenzen van het in de speciale reserve voor mijnenruimen beschikbare bedrag.
6. Teneinde rekening te houden met de gevolgen van het door Kroatië overeenkomstig dit artikel gemelde opnieuw voor landbouwactiviteiten in gebruik nemen van ontmijnde landbouwgronden, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 70 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanpassing van de in bijlage VI vermelde bedragen.