Art. 19 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Aanvullende nationale rechtstreekse betalingen in Kroatië

Verordening (EU) nr. 1307/2013

1. Kroatië kan, indien opportuun, met toestemming van de Commissie elke in bijlage I vermelde steunregeling aanvullen.

2. Het bedrag aan aanvullende nationale rechtstreekse betalingen dat in een bepaald jaar voor een bepaalde steunregeling mag worden toegekend, wordt tot een specifiek maximum beperkt. Dat maximum wordt vastgesteld op het verschil tussen:

a) het bedrag aan rechtstreekse steun dat na de volledige invoering van de rechtstreekse betalingen overeenkomstig artikel 17 in het kalenderjaar 2022 beschikbaar is voor de steunregeling in kwestie, en

b) het bedrag aan rechtstreekse steun dat na de toepassing van de toenameregeling overeenkomstig artikel 17 voor het betrokken kalenderjaar beschikbaar is voor de steunregeling in kwestie.

3. Het totale bedrag aan aanvullende nationale rechtstreekse betalingen is niet hoger dan het in bijlage VI, onder B, voor het betrokken kalenderjaar vermelde maximum.

4. Kroatië kan, op basis van objectieve criteria en mits de Commissie toestemming heeft verleend, besluiten nemen over de aan aanvullende nationale rechtstreekse betalingen toe te kennen bedragen.

5. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om de betalingen op grond van In de dit artikel toe te laten, om de betrokken steunregelingen te specifiëren en te omschrijven tot op welk niveau aanvullende nationale rechtstreekse betalingen kunnen worden gedaan.

In de uitvoeringshandelingenvoor aanvullende nationale rechtstreekse betalingen ter aanvulling van de in titel IV, hoofdstuk I, bedoelde vrijwillige gekoppelde steun, worden ook de specifieke soorten landbouw of de in artikel 52, lid 3, bedoelde specifieke landbouwsectoren vermeld waarop de aanvullende nationale rechtstreekse betalingen betrekking kunnen hebben.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld zonder toepassing van de in artikel 71, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure.

6. De toekenningsvoorwaarden voor aanvullende nationale rechtstreekse betalingen voor Kroatië zijn identiek aan die van de in deze verordening vermelde overeenkomstige steunregelingen.

7. De aanvullende nationale rechtstreekse betalingen voor Kroatië worden zo nodig aangepast in verband met bepaalde ontwikkelingen in het GLB. Zij worden toegekend op basis van objectieve criteria, en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden.

8. Kroatië dient uiterlijk op 30 juni van het jaar na de invoering van de aanvullende nationale rechtstreekse betalingen een verslag in over de uitvoeringsmaatregelen betreffende deze betalingen. In dat verslag komen minstens de volgende punten aan de orde:

a) elke wijziging van de situatie die van invloed is op de aanvullende nationale rechtstreekse betalingen;

b) voor elke aanvullende nationale rechtstreekse betaling, informatie over het aantal begunstigden, en het totale bedrag aan toegekende aanvullende nationale rechtstreekse betalingen en het aantal hectaren, en het aantal dieren of andere eenheden waarvoor die aanvullende nationale rechtstreekse betalingis toegekend;

c) een verslag betreffende de controlemaatregelen die zijn toegepast op de toegekende aanvullende nationale rechtstreekse betalingen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen