Art. 59, Algemene controlebeginselen

1. Tenzij anders is bepaald, voorziet het systeem dat de lidstaten overeenkomstig artikel 58, lid 2, hebben opgezet, in systematische administratieve controles van alle steun- en betalingsaanvragen. Dat stelsel wordt aangevuld met controles ter plaatse.

2. Wat de controles ter plaatse betreft, trekt de verantwoordelijke autoriteit haar steekproef voor controles uit de gehele populatie van aanvragers en bestaat de steekproef, waar dat dienstig is, uit een willekeurig gedeelte, teneinde een representatief foutenpercentage te verkrijgen, en een op een risicoanalyse gebaseerd gedeelte, dat toegespitst is op de gebieden met het hoogste foutenrisico.

3. De verantwoordelijke autoriteit stelt over elke controle ter plaatse een verslag op.

4. In voorkomend geval worden de controles ter plaatse in het kader van de Unievoorschriften inzake landbouwsbijstand en inzake steun voor plattelandsontwikkeling tegelijkertijd verricht.

5. De lidstaten zien erop toe dat het minimumniveau van de controles ter plaatse voldoet aan wat nodig is voor een doeltreffend beheer van de risico's en zij verhogen dat niveau waar nodig. De lidstaten kunnen dat minimumniveau verlagen indien de beheers- en controlesystemen goed functioneren en de foutpercentages op een aanvaardbaar niveau blijven.

6. In gevallen waarin de Commissie een voorziening moet treffen op grond van artikel 62, lid 2, onder h), kunnen steunaanvragen en betalingsaanvragen of andere kennisgevingen, aanvragen of verzoeken na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien er sprake is van kennelijke fouten die door de bevoegde instantie zijn erkend.

7. Indien de begunstigde of zijn vertegenwoordiger de uitvoering van een controle ter plaatse verhindert, wordt de betrokken steun- of betalingsaanvraag afgewezen, behalve in gevallen van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen