HvJ EU 8 juni 2023, C-636/21, ECLI:EU:C:2023:453

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)

8 juni 2023 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van de markten – Verordening (EU) nr. 1308/2013 – Artikel 220 – Marktondersteunende maatregelen in verband met dierziekten – Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1323 – Uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen voor de sectoren eieren en pluimveevlees in Italië – Nationale regeling – Voorwaarde voor de verlening van steun – Landbouwers die op de datum van indiening van de aanvraag actief zijn op de betrokken markt – Beoordelingsmarge van de lidstaten”

In zaak C‑636/21,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Consiglio di Stato (hoogste bestuursrechter, Italië) bij beslissing van 13 oktober 2021, ingekomen bij het Hof op 15 oktober 2021, in de procedure

NN

tegen

Regione Lombardia,

wijst

HET HOF (Derde kamer),

samengesteld als volgt: K. Jürimäe, kamerpresident, M. Safjan, N. Piçarra, N. Jääskinen en M. Gavalec (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: L. Medina,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– NN, vertegenwoordigd door E. Barilà, avvocato,

– de Regione Lombardia, vertegenwoordigd door S. Gallonetto, A. Santagostino en M. Tamborino, avvocate,

– de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door E. Feola, avvocato dello Stato,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A. C. Becker en F. Moro als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 220 van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB 2013, L 347, blz. 671) en van uitvoeringsverordening (EU) 2019/1323 van de Commissie van 2 augustus 2019 inzake uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen voor de sectoren eieren en pluimveevlees in Italië (PB 2019, L 206, blz. 12).

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen NN, een landbouwer in de pluimveesector, en de Regione Lombardia (regio Lombardije, Italië) over de afwijzing van de aanvraag van NN om financiële steun.

Toepasselijke bepalingen

Unierecht

Verordening nr. 1308/2013

3 Artikel 220 („Maatregelen in verband met dierziekten en verlies van vertrouwen bij de consument als gevolg van risico’s voor de gezondheid van mensen, dieren of planten”) van verordening nr. 1308/2013, in de op het hoofdgeding toepasselijke versie, bepaalt: „1. De [Europese] Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin uitzonderlijke steunmaatregelen worden genomen voor de getroffen markt om rekening te houden met: a) de beperkingen van het intra-unie handelsverkeer en het handelsverkeer met derde landen die kunnen voortvloeien uit de toepassing van maatregelen om de verspreiding van dierziekten tegen te gaan, en b) ernstige marktverstoringen die rechtstreeks verband houden met verlies van vertrouwen bij de consument als gevolg van risico’s voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, en risico’s op ziekten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 2. De in lid 1 bedoelde maatregelen gelden voor elk van de volgende sectoren: […] e) eieren; f) pluimveevlees. De in lid 1, eerste alinea, onder b), bedoelde maatregelen in verband met verlies van vertrouwen bij de consument als gevolg van risico’s voor de gezondheid van mensen of planten zijn tevens van toepassing op alle andere dan de in bijlage I, deel XXIV, afdeling 2, opgenomen landbouwproducten. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de in artikel 228 bedoelde spoedprocedure gedelegeerde handelingen vast te stellen die de lijst met producten in de eerste en de tweede alinea van dit lid, uitbreiden. 3. De in lid 1 bedoelde maatregelen worden genomen op verzoek van de betrokken lidstaat. 4. De in lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde maatregelen mogen pas worden genomen wanneer de betrokken lidstaat de nodige sanitaire en veterinaire maatregelen heeft genomen om de dierziekte snel uit te roeien en voor zover de intensiteit en de duur van de maatregelen niet verder gaan dan wat strikt noodzakelijk is voor de ondersteuning van de betrokken markt. 5. De Unie cofinanciert 50 % van de uitgaven van de lidstaten voor de in lid 1 bedoelde maatregelen. […] 6. De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer producenten bijdragen in de uitgaven van de lidstaten, zulks niet leidt tot een vervalsing van de concurrentie tussen producenten in verschillende lidstaten.”

Uitvoeringsverordening 2019/1323

4 In de overwegingen 3, 4, 6 en 10 van uitvoeringsverordening 2019/1323 staat te lezen: „(3) […] Italië [heeft] bestrijdings-, monitoring- en voorzorgsmaatregelen genomen en beschermings- en toezichtsgebieden (hierna ‚gereglementeerde gebieden’ genoemd) ingesteld op grond van de uitvoeringsbesluiten […] van de Commissie. (4) Italië heeft de Commissie ervan in kennis gesteld dat de noodzakelijke gezondheids- en veterinaire maatregelen die werden genomen om de ziekte in te dammen en uit te roeien, nadelig waren voor een zeer groot aantal marktdeelnemers en dat die marktdeelnemers inkomstenverliezen hebben geleden die niet in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van de Unie op grond van verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad [van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en beschikking 2009/470/EG van de Raad (PB 2014, L 189, blz. 1)]. […] (6) Als gevolg van de in overweging 3 bedoelde diergezondheids- en veterinaire maatregelen werden de stilleggingsperioden verlengd, was de plaatsing van vogels verboden en werden verplaatsingen beperkt op alle soorten pluimveehouderijen in de gereglementeerde gebieden […]. Het ging daarbij [onder meer] om Gallus domesticus. Dit heeft in deze bedrijven tot verliezen bij de productie van broedeieren, consumptie-eieren, levende dieren en pluimveevlees geleid. Het is dan ook passend de verliezen wegens de vernietiging en verwerking van eieren en wegens de niet-productie van dieren, een langere vetmestperiode of ruiming te compenseren. […] (10) De reikwijdte en de duur van de uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen waarin deze verordening voorziet, moeten beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is om de markt te ondersteunen. Met name mogen de uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen alleen van toepassing zijn op de productie van eieren en pluimvee in de bedrijven in de gereglementeerde gebieden en voor de duur van de diergezondheids- en veterinaire maatregelen die in de wetgeving van de Unie en van Italië zijn vastgesteld met betrekking tot de 45 uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza die zijn bevestigd tussen 1 oktober 2017 en 30 juni 2018, en met betrekking tot de respectieve gereglementeerde gebieden.”

5 Artikel 1 van deze verordening luidt: „De Unie cofinanciert 50 % van de door Italië verrichte uitgaven voor de ondersteuning van de markt van broedeieren, consumptie-eieren en pluimveevlees, die ernstig werd getroffen door de 45 uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5 die Italië tussen 1 oktober 2017 en 30 juni 2018 heeft gedetecteerd en bevestigd.”

6 Artikel 2 van deze verordening bepaalt: „De door Italië gedane uitgaven komen slechts voor cofinanciering door de Unie in aanmerking: a) voor de duur van de toepassing van de diergezondheids- en veterinaire maatregelen die zijn vastgesteld in de in de bijlage opgenomen wetgeving van de Unie en van Italië en die betrekking hebben op de in artikel 1 vastgestelde periode, en b) voor de pluimveebedrijven die zijn onderworpen aan de diergezondheids- en veterinaire maatregelen en zich bevinden in de [gereglementeerde gebieden], en c) indien zij uiterlijk op 30 september 2020 door Italië aan de begunstigden zijn betaald. Artikel 5, lid 2, van gedelegeerde verordening (EU) nr. 907/2014 [van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB 2014, L 255, blz. 18)] is niet van toepassing, en d) indien voor het dier of product, voor de onder a) bedoelde periode geen compensatie door middel van staatssteun of een verzekering is betaald en geen financiële bijdrage van de Unie in het kader van verordening (EU) nr. 652/2014 is ontvangen.”

7 In artikel 3, lid 1, onder b), van deze verordening wordt bepaald: „De maximale cofinanciering van de Unie bedraagt 32147498 EUR en wordt als volgt uitgesplitst: […] b) voor de verliezen in verband met de aanpassing van de vetmestperiode wegens het verplaatsingsverbod in de gereglementeerde gebieden gelden […] forfaitaire bedragen per dier: […]”

8 Artikel 4 van uitvoeringsverordening 2019/1323 bepaalt: „Italië verricht de administratieve en fysieke controles overeenkomstig de artikelen 58 en 59 van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad. Italië verifieert, met name: a) of de indiener van de steunaanvraag in aanmerking komt voor steun; b) voor elke in aanmerking komende aanvrager: de subsidiabiliteit, de hoeveelheid en de waarde van het werkelijke productieverlies; c) of de in aanmerking komende aanvragers geen financiering uit andere bronnen hebben ontvangen om de in artikel 2 van deze verordening bedoelde verliezen te compenseren. Voor de in aanmerking komende aanvragers voor wie de administratieve controles zijn afgerond, kan de steun worden betaald zonder te wachten totdat alle controles zijn verricht, met name die welke zullen worden verricht bij aanvragers die voor een controle ter plaatse zijn geselecteerd. In de gevallen waarin de subsidiabiliteit van een aanvrager niet wordt bevestigd, wordt de steun teruggevorderd en worden sancties toegepast.”

Italiaans recht

9 De Ministro delle Politiche agricole alimentari e forestali (minister van Land- en Bosbouw en Voedselvoorziening) heeft overeenkomstig uitvoeringsverordening 2019/1323 Decreto ministeriale n. 383/2020 del 15 gennaio 2020 (ministerieel besluit nr. 383/2020 van 15 januari 2020) vastgesteld, dat voorschriften bevat voor de uitvoering van uitvoeringsverordening 2019/1323 inzake uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen voor de sectoren eieren en pluimveevlees in Italië (GURI nr. 55 van 4 maart 2020). Artikel 2, lid 1, van dit ministerieel besluit is als volgt verwoord: „1. De in artikel 3, lid 1, van uitvoeringsverordening [2019/1323] bedoelde interventies worden beschouwd als uitzonderlijke steunmaatregelen voor de Italiaanse pluimveemarkt in de zin van artikel 220 van verordening [nr. 1308/2013].”

10 Artikel 3 („Identificatie van de begunstigden”) van dat ministerieel besluit luidt: „De volgende personen kunnen een aanvraag om compensatie van de schade indienen: a) ondernemingen die broedeieren produceren; b) ondernemingen die kuikens produceren (broederijen); c) ondernemingen die broedkippen, legkippen en vleeskippen van de in artikel 1 bedoelde soorten houden; d) eierpakstations.”

11 Artikel 4 van dat ministerieel besluit bepaalt: „1. Personen die voor de in dit besluit bedoelde steun in aanmerking wensen te komen, dienen een aanvraag in bij het erkende betaalorgaan dat op basis van de statutaire zetel van de onderneming territoriaal bevoegd is. 2. Met het oog op de uitbetaling van de steun moeten de aanvragers aantonen dat zij schade hebben geleden als gevolg van de uitvoering van de sanitaire maatregelen die zijn genomen om de epidemie van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5 in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 30 juni 2018 in te dammen. […] 4. De aanvragen gaan vergezeld van de verklaringen van de belanghebbenden en worden gestaafd door specifieke documentatie waaruit blijkt dat de ingediende aanvragen gerechtvaardigd zijn. Deze documentatie kan bestaan uit de officiële registers van de ondernemingen of uit enig ander specifiek boekhoudkundig, gezondheids- of handelsdocument dat in het bezit is van die ondernemingen.”

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

12 NN was eigenaar van drie pluimveebedrijven in Italië. Als gevolg van de gezondheidsgerelateerde beperkingen die naar aanleiding van de uitbraak van aviaire influenza waren vastgesteld, heeft NN zijn activiteiten in twee van zijn bedrijven van 10 december 2017 tot en met 26 december 2017 en in zijn derde bedrijf van 29 oktober 2017 tot en met 26 december 2017 moeten onderbreken. Wegens zijn gevorderde leeftijd heeft hij al deze bedrijven op 4 november 2019 overgedragen aan zijn kinderen.

13 Op 10 april 2020 heeft NN op grond van ministerieel besluit nr. 383/2020 bij het regionale betaalorgaan voor Lombardije een steunaanvraag ingediend wegens de schade die deze drie bedrijven door aviaire influenza hadden geleden.

14 Bij besluit nr. 1419/2020 heeft de regio Lombardije geweigerd de steun aan NN toe te kennen, op grond dat hij op de datum van indiening van die aanvraag geen eigenaar was van een pluimveebedrijf en dus niet beschikte over de hoedanigheid van „begunstigde” in de zin van ministerieel besluit nr. 383/2020.

15 NN heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Tribunale amministrativo regionale per la Lombardia (bestuursrechter in eerste aanleg Lombardije, Italië), die dit beroep bij vonnis nr. 59/2021 heeft verworpen.

16 Deze rechter was van oordeel dat de in uitvoeringsverordening 2019/1323 bedoelde steunmaatregel moest worden opgevat als een maatregel die in wezen bedoeld was ter ondersteuning van de getroffen markt, en dus alleen voor de landbouwers die actief waren op de datum van de steunaanvraag voor die markt. Deze steunmaatregel had dus niet tot doel de landbouwers te vergoeden die de betrokken schade in het verleden hadden geleden, maar beoogde de onderneming in kwestie te ondersteunen, onder meer door de door haar geleden schade te vergoeden. Volgens deze rechter veronderstelt dit noodzakelijkerwijs dat de betrokken onderneming op dat moment nog actief was.

17 NN heeft dat vonnis op 19 maart 2021 aangevochten bij de Consiglio di Stato (hoogste bestuursrechter, Italië), de verwijzende rechter, op grond dat het in strijd is met het Unierecht, te weten met artikel 220 van verordening nr. 1308/2013 en met uitvoeringsverordening 2019/1323.

18 De verwijzende rechter zet uiteen dat moet worden bepaald of de steunmaatregel waarin de Unieregeling voorziet, moet worden opgevat als een maatregel tot vergoeding van de geleden schade die de benadeelde landbouwer ten goede komt, ook al was hij op de datum van indiening van de steunaanvraag niet langer eigenaar van de onderneming, dan wel of deze steunmaatregel uitsluitend tot doel heeft de getroffen markt te ondersteunen en alleen bestemd is voor landbouwers die op die datum op die markt actief waren.

19 De verwijzende rechter is van oordeel dat de inhoud van de Unieregeling niet ondubbelzinnig is wat de subjectieve voorwaarden voor de toekenning van de betrokken steun betreft. In dit verband oppert hij dat ingeval de voorkeur moet worden gegeven aan een zuivere vergoedingsfunctie van de betrokken maatregel, dit een verstorend effect kan hebben indien de personen aan wie de bedrijven zijn overgedragen, te weten de huidige eigenaren van de landbouwbedrijven die samen de te ondersteunen markt vormen, van de kring van begunstigden moeten worden uitgesloten.

20 In deze omstandigheden heeft de Consiglio di Stato de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: „Verzetten artikel 220 van verordening [nr. 1308/2013] en uitvoeringsverordening [2019/1323] zich tegen een nationale regeling (zoals [besluit nr. 383/2020]) die zo wordt uitgelegd en wordt toegepast dat uitsluitend ondernemingen die hun activiteiten op de datum van indiening van de aanvraag niet hebben gestaakt toegang hebben tot maatregelen ter compensatie van de schade die door aviaire influenza is veroorzaakt?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag

21 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 220 van verordening nr. 1308/2013, gelezen in samenhang met uitvoeringsverordening 2019/1323, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling die zo wordt uitgelegd en toegepast dat de kring van begunstigden van de steunmaatregelen waarin de uitvoeringsverordening voorziet, wordt beperkt tot landbouwers die op de datum van indiening van de steunaanvraag nog actief waren in de pluimveesector.

22 Vooraf zij opgemerkt dat artikel 220, lid 1, van verordening nr. 1308/2013 de Commissie de mogelijkheid biedt om uitvoeringshandelingen vast te stellen waarbij uitzonderlijke maatregelen ter ondersteuning van de getroffen markt worden genomen om rekening te houden met: a) de beperkingen die kunnen voortvloeien uit de toepassing van maatregelen om de verspreiding van dierziekten tegen te gaan en b) ernstige marktverstoringen die rechtstreeks verband houden met het verlies van vertrouwen bij de consument. Lid 4 van dit artikel verduidelijkt dat de in lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde maatregelen slechts mogen worden genomen voor zover de intensiteit en de duur van de maatregelen niet verder gaan dan wat strikt noodzakelijk is om de betrokken markt te ondersteunen.

23 Middels uitvoeringsverordening 2019/1323 zijn uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen voor de sectoren eieren en pluimveevlees in Italië in de zin van artikel 220, lid 1, onder a), van verordening nr. 1308/2013 genomen.

24 In artikel 2 van uitvoeringsverordening 2019/1323 wordt gedefinieerd welke uitgaven die Italië heeft gedaan in het kader van de overeenkomstig verordening nr. 1308/2013 vastgestelde steunmaatregelen in aanmerking komen voor cofinanciering door de Unie als bedoeld in artikel 1 van uitvoeringsverordening 2019/1323. In het bijzonder volgt uit artikel 2, onder b), van die verordening dat de pluimveebedrijven die zijn onderworpen aan de diergezondheids- en veterinaire maatregelen en zich bevinden in de gebieden als bedoeld in de wetgeving van de Unie en van Italië die in de bijlage bij die verordening is opgenomen, voor die steunmaatregelen in aanmerking komen. Overeenkomstig artikel 4 van die verordening moeten de Italiaanse autoriteiten met name verifiëren of de indiener van een steunaanvraag in aanmerking komt voor steun.

25 Opgemerkt moet worden dat de in artikel 2 van uitvoeringsverordening 2019/1323 vastgestelde voorwaarden om voor steun in aanmerking te komen niet verduidelijken of deze aanvrager op de datum van indiening van de steunaanvraag actief moet zijn, zoals de Italiaanse regeling vereist.

26 Aangezien deze verplichting niet voortvloeit uit het Unierecht, valt zij binnen de beoordelingsmarge van de lidstaten. Een dergelijk vereiste mag evenwel geen afbreuk doen aan de doelstellingen die met de betrokken Unieregeling en de algemene beginselen van het Unierecht worden nagestreefd (zie in die zin arresten van 17 december 2015, Szemerey,C‑330/14, EU:C:2015:826, punt 42, en 7 april 2022, Avio Lucos,C‑116/20, EU:C:2022:273, punt 72).

27 Bijgevolg moet worden bepaald welke doelstellingen verordening nr. 1308/2013 en uitvoeringsverordening 2019/1323 nastreven.

28 In dit verband streeft verordening nr. 1308/2013 een algemene doelstelling na die, zoals uit overweging 10 ervan blijkt, erin bestaat te voorzien in een reeks interventiemaatregelen en marktondersteunende maatregelen om de markten te stabiliseren en de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te garanderen.

29 Wat de doelstelling van uitvoeringsverordening 2019/1323 betreft, die uitvoering geeft aan artikel 220, lid 1, onder a), van verordening nr. 1308/2013, volgt uit de overwegingen 4 en 10 van de uitvoeringsverordening dat deze ertoe strekt uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen vast te stellen voor de sectoren eieren en pluimveevlees in Italië. Deze verordening voorziet aldus onder meer in een compensatie voor de inkomstenverliezen die de landbouwers hebben geleden door de toepassing van de noodzakelijke diergezondheids- en veterinaire maatregelen die deze lidstaat heeft vastgesteld om de verspreiding van influenza van het subtype H5 in te dammen en uit te roeien.

30 In dit verband bepaalt artikel 3, lid 1, onder b), van uitvoeringsverordening 2019/1323 met name dat de uitgaven bestemd zijn om de productieverliezen te compenseren die verband houden met een aanpassing van de vetmestperiode wegens het verplaatsingsverbod in de gereglementeerde gebieden. Hieruit volgt dat de bij verordening nr. 1308/2013 vastgestelde uitzonderlijke maatregelen in uitvoeringsverordening 2019/1323 nader worden verduidelijkt en een specifieke vorm aannemen, die erin bestaat dat de verliezen die voortvloeien uit de vaststelling van sanitaire en veterinaire maatregelen om de verspreiding van de dierziekte tegen te gaan, worden gecompenseerd door steun aan de landbouwers van wie de ondernemingen rechtstreeks door die maatregelen zijn getroffen.

31 Uit de voorgaande overwegingen volgt dat de Uniewetgever met de vaststelling van uitvoeringsverordening 2019/1323 de landbouwers de mogelijkheid heeft willen bieden om gebruik te maken van steunmaatregelen voor de betrokken markt teneinde de inkomstenverliezen te compenseren die zij als gevolg van de toepassing van die diergezondheids- en veterinaire maatregelen hebben geleden, en hen er aldus toe heeft willen aanzetten deze maatregelen naar behoren uit te voeren.

32 Uit de doelstellingen van verordening nr. 1308/2013 en uitvoeringsverordening 2019/1323 blijkt dus dat het enige relevante element dat moet worden onderzocht om te bepalen of een aanvrager in aanmerking komt voor de steunmaatregelen waarin de uitvoeringsverordening voorziet, de vraag betreft of die aanvrager op het moment van het geleden verlies actief was op de getroffen markt, ongeacht of hij op de datum van indiening van de steunaanvraag nog altijd actief was.

33 Een voorwaarde zoals die in het hoofdgeding, op grond waarvan landbouwers in aanmerking komen voor steunmaatregelen indien zij op de datum van indiening van de steunaanvraag actief zijn op de getroffen markt, kan bijgevolg afbreuk doen aan de doeltreffendheid van de compensatie van geleden verliezen waarin het Unierecht voorziet, en dus aan de doelstelling van verordening nr. 1308/2013 en uitvoeringsverordening 2019/1323. Een dergelijke voorwaarde om voor steun in aanmerking te komen leidt er immers toe dat landbouwers die ten tijde van de toepassing van de diergezondheids- en veterinaire maatregelen actief waren op de markt, maar dit niet langer waren op de datum van de steunaanvraag, niet kunnen worden gecompenseerd voor de verliezen die zij hebben geleden door de maatregelen die zijn vastgesteld om de uitbraak van aviaire influenza tegen te gaan.

34 Bovendien is er, zoals de Commissie in haar opmerkingen in wezen betoogt, tussen het uitbreken van aviaire influenza in Italië in 2017 en 2018 en de vaststelling van uitvoeringsverordening 2019/1323 en vervolgens van ministerieel besluit nr. 383/2020 betreffende de voorschriften voor de uitvoering van deze uitvoeringsverordening in Italië, veel tijd verstreken, en zouden de gevolgen daarvan niet voor rekening van de betrokken landbouwers mogen komen. De landbouwers aan wie de diergezondheids- en veterinaire maatregelen daadwerkelijk zijn opgelegd, moeten er zeker van zijn dat zij bij verliezen die verband houden met de uitvoering van dergelijke maatregelen in aanmerking kunnen komen voor de in verordening nr. 1308/2013 en uitvoeringsverordening 2019/1323 bedoelde steun, die tot doel heeft die verliezen te compenseren.

35 Gelet op een en ander moet, zonder dat uitspraak hoeft te worden gedaan over de verenigbaarheid van de Italiaanse regeling met de algemene rechtsbeginselen, op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 220 van verordening nr. 1308/2013, gelezen in samenhang met uitvoeringsverordening 2019/1323, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling die zo wordt uitgelegd en toegepast dat de steunmaatregelen waarin de uitvoeringsverordening voorziet uitsluitend zijn voorbehouden aan landbouwers die op de datum van indiening van de steunaanvraag nog actief waren in de pluimveesector.

Kosten

36 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Derde kamer) verklaart voor recht:

Artikel 220 van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, gelezen in samenhang met uitvoeringsverordening (EU) 2019/1323 van de Commissie van 2 augustus 2019 inzake uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen voor de sectoren eieren en pluimveevlees in Italië,

moet aldus worden uitgelegd dat

het zich verzet tegen een nationale regeling die zo wordt uitgelegd en toegepast dat de steunmaatregelen waarin de uitvoeringsverordening voorziet uitsluitend zijn voorbehouden aan landbouwers die op de datum van indiening van de steunaanvraag nog actief waren in de pluimveesector.

ondertekeningen

( *1 ) Procestaal: Italiaans.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken