CBb 16 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:268
Landbouw. Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB. Verhindering bedrijfscontrole. Op basis van de rapportage heeft verweerder terecht vastgesteld dat appellante de controle ter plaatse heeft verhinderd. De uitlatingen van de partner van appellante bij de weigering om de controleurs toe te laten op het bedrijf kunnen aan appellante worden toegerekend. Verweerder was gehouden om de aanvraag van appellante voor GLB-subsidies te weigeren. Daaraan doet niet af dat de controle ongeveer een maand later alsnog heeft kunnen plaatsvinden en dat daarbij is vastgesteld dat appellante toen aan de ter zake geldende regelgeving voldeed. Het College houdt het ervoor dat de ziekenhuisafspraak die voor appellante de reden vormde om de controle te verhinderen niet bij de controle aan de toezichthouders is gemeld, zodat, anders dan appellante heeft aangevoerd, niet aannemelijk is dat appellante vanwege die afspraak een oplossing voor het verrichten van de controle heeft voorgesteld. Daarmee heeft appellante niet alle zorgvuldigheid aan de dag gelegd die, ook in de gegeven omstandigheden, van haar mocht worden gevergd. Het beroep op overmacht en uitzonderlijke omstandigheden slaagt niet. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl