Art. 58, Bescherming van de financiële belangen van de Unie

1. De lidstaten stellen in het kader van het GLB alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en alle andere maatregelen vast die nodig zijn om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Unie te waarborgen, in het bijzonder om:

a) zich te vergewissen van de wettigheid en regelmatigheid van de door het ELGF en het ELFPO gefinancierde verrichtingen;

b) voor een doeltreffende fraudepreventie te zorgen, met name op de gebieden met een hoger risiconiveau, die zorgt voor een afschrikkende werking en waarbij rekening wordt gehouden met de kosten en baten en met de evenredigheid van de maatregelen;

c) onregelmatigheden en fraude te voorkomen, op te sporen en te corrigeren;

d) overeenkomstig het recht van de Unie of, bij ontstentenis daarvan, nationaal recht, sancties op te leggen die doeltreffend, afschrikkend en evenredig zijn, en daartoe gerechtelijke procedures in te leiden indien nodig;

e) onverschuldigd betaalde bedragen met rente terug te vorderen en daartoe gerechtelijke procedures in te leiden indien nodig.

2. De lidstaten zetten efficiënte beheers- en controlesystemen op die ervoor zorgen dat de wetgeving inzake steunregelingen van de Unie in acht wordt genomen en erop gericht zijn het risico van financiële schade voor de Unie tot een minimum te beperken.

3. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de bepalingen en maatregelen die op grond van de leden 1 en 2 zijn vastgesteld.

Bij eventuele voorwaarden die de lidstaten zelf vaststellen naast de voorwaarden die zijn vastgelegd in de voorschriften van de Unie voor de verlening van steun uit het ELGF of het ELFPO, moet kunnen worden nagegaan of deze worden nageleefd.

4. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen, waarin de voorschriften worden neergelegd die nodig zijn voor een uniforme toepassing van dit artikel betreffende:

a) de procedures, de termijnen en de uitwisseling van informatie in verband met de in de leden 1 en 2 bedoelde verplichtingen;

b) de kennisgevingen en mededelingen die de lidstaten aan de Commissie moeten doen in verband met de in lid 3 bedoelde verplichting.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

Uitspraken die dit artikel aanhalen