Art. 64 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Het opleggen van administratieve sancties

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. Dit artikel is van toepassing op de administratieve sancties bedoeld in artikel 63, lid 2, in geval van niet-naleving met betrekking tot de subsidiabiliteitscriteria, de normen of andere verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van de sectorale landbouwwetgeving, met uitzondering van de gevallen bedoeld in onderhavige titel, hoofdstuk II, de artikelen 67 tot en met 78, en titel VI, de artikelen 91 tot en met 101, en de gevallen waarin de sancties als bedoeld in artikel 89, leden 3 en 4, van toepassing zijn.

2. In de volgende gevallen worden geen administratieve sancties opgelegd:

a) de niet-naleving is toe te schrijven aan overmacht;

b) de niet-naleving is toe te schrijven aan kennelijke fouten, als bedoeld in artikel 59, lid 6;

c) de niet-naleving is toe te schrijven aan een fout van de bevoegde autoriteit of van een andere autoriteit, en de fout kon door de persoon aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, redelijkerwijs niet worden geconstateerd;

d) de betrokkene kan ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantonen dat hij of zij geen schuld heeft aan de niet-naleving van de in lid 1 genoemde verplichtingen, of de bevoegde autoriteit oordeelt anderszins dat de betrokkene geen schuld treft;

e) de niet-naleving is van gering belang, waaronder begrepen het geval waarin de niet-naleving een door de Commissie overeenkomstig lid 7, onder b), vast te stellen drempelwaarde niet overschrijdt;

f) andere, door de Commissie overeenkomstig lid 6, onder b), vast te stellen gevallen, waarin het opleggen van een sanctie niet passend is.

3. Administratieve sancties kunnen worden opgelegd aan de begunstigden van bijstand of steun, en aan andere natuurlijke of rechtspersonen, met inbegrip van groeperingen en verenigingen van dergelijke begunstigden of ander personen op wie de verplichtingen rusten die zijn vastgesteld in de in lid 1 bedoelde regels.

4. De administratieve sancties kunnen een van de volgende vormen aannemen:

a) een vermindering van het aan bijstand of steun uit te keren bedrag met betrekking tot de steun- of betalingsaanvraag waarop de niet-naleving van toepassing is, dan wel op volgende aanvragen. Wat de steun aan plattelandsontwikkeling betreft, laat dit de mogelijkheid onverlet dat de steun wordt geschorst indien naar verwachting de begunstigde binnen een redelijke tijdsspanne de niet-naleving kan verhelpen;

b) de betaling van een bedrag dat berekend is op basis van de omvang en/of de duur van de niet-naleving;

c) de schorsing of intrekking van een goedkeuring, erkenning of toelating;

d) de uitsluiting van het recht om aan de betrokken steunregeling of steunmaatregel of andere maatregel deel te nemen of ervan te genieten.

5. De administratieve sancties staan in verhouding tot en worden van een schaal voorzien op basis van de ernst, de omvang, de duur en de herhaling van de geconstateerde niet-naleving, binnen de volgende grenzen:

a) het bedrag van de in lid 4, onder a), bedoelde administratieve sanctie is niet hoger dan 200 % van het bedrag van de steun- of betalingsaanvraag;

b) onverminderd punt a) is het bedrag van de in lid 4, onder a), bedoelde administratieve sanctie in het kader van plattelandsontwikkeling niet hoger dan 100 % van het subsidiabele bedrag;

c) het bedrag van de in lid 4, onder b), bedoelde administratieve sanctie is niet hoger dan een bedrag dat vergelijkbaar is met het onder a) genoemde percentage;

d) de schorsing, intrekking of uitsluiting als bedoeld in lid 4, onder c) en d), beslaat ten hoogste een periode van drie opeenvolgende jaren die in geval van een nieuwe niet-naleving kan worden verlengd.

6. Teneinde rekening te houden met enerzijds het afschrikkende effect van heffingen en sancties die moeten worden opgelegd en anderzijds de specifieke kenmerken van elke steunregeling of -maatregel in het kader van de sectorale landbouwwetgeving, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

a) het identificeren van de voor iedere in lid 3 bedoelde steunregeling of -maatregel of betrokkene op basis van de lijst in lid 4, binnen de in lid 5 vastgestelde grenzen, de door de lidstaten op te leggen administratieve sanctie en het bepalen van het specifieke tarief dat door de lidstaten moet opgelegd, onder meer de gevallen waarin de omvang van de niet-naleving niet kwantificeerbaar is;

b) het identificeren van de gevallen als bedoeld in lid 2, onder f), waarin geen administratieve sancties worden opgelegd.

7. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast, waarin nadere procedures en technische voorschriften voor de uniforme uitvoering van dit artikel worden vastgelegd, en in het bijzonder:

a) de toepassing en de berekening van de administratieve sancties;

b) de nadere regels voor het als van gering belang aanmerken van een niet-naleving, waaronder het bepalen van een kwantitatieve drempel die is uitgedrukt als nominale waarde of als een percentage van de subsidiabele waarde van de bijstand of steun, dat evenwel met betrekking tot plattelandsontwikkeling niet lager mag liggen dan 3 % en met betrekking tot andere vormen van steun of bijstand niet lager mag zijn dan 1 %;

c) de regels voor de vaststelling van de gevallen waarin door de aard van de sancties de lidstaten de teruggevorderde bedragen kunnen behouden.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen