Art. 15 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Bedrijfsadviesdiensten, bedrijfsbeheersdiensten en bedrijfsverzorgingsdiensten
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. In het kader van deze maatregel wordt steun verleend om:
a) landbouwers, jonge landbouwers in de zin van deze verordening, bosbezitters, andere grondbeheerders en kleine en middelgrote ondernemingen in plattelandsgebieden te helpen profiteren van adviesdiensten om de economische en ecologische prestaties alsmede de klimaatvriendelijkheid en –bestendigheid van hun bedrijf, onderneming en/of investering te verbeteren;
b) de oprichting van bedrijfsbeheersdiensten, bedrijfsverzorgingsdiensten en bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw en van bedrijfsadviesdiensten voor de bosbouw te stimuleren, met inbegrip van het in de artikelen 12 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde bedrijfsadviessysteem;
c) de opleiding van de adviseurs te bevorderen.
2. De verlener van de advies- of opleidingsdiensten is de begunstigde van de in lid 1, onder a) en c), bedoelde steun. De in lid 1, onder b), bedoelde steun wordt verleend aan de autoriteit of de organisatie die wordt geselecteerd om de bedrijfsbeheersdiensten, bedrijfsverzorgingsdiensten en bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw en de bedrijfsadviesdiensten voor de bosbouw op te richten.
3. De autoriteiten of de organisaties die worden geselecteerd om advies te verstrekken, beschikken over hiertoe gekwalificeerd en geregeld opgeleid personeel, en over ervaring en betrouwbaarheid op de gebieden waarover advies wordt verstrekt. De begunstigden van deze maatregel worden geselecteerd door middel van aanbestedingen. De selectieprocedure valt onder de wetgeving inzake overheidsopdrachten en staat open voor zowel publieke als private organisaties. De selectieprocedure is objectief en sluit kandidaten met belangenconflicten uit.
Bij het verstrekken van advies nemen de adviesdiensten de in artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1306/2013 bedoelde vertrouwelijkheidsvoorschriften in acht.
4. Het aan individuele landbouwers, jonge landbouwers in de zin van deze verordening en andere grondbeheerders te verstrekken advies staat in verband met ten minste één prioriteit van de Unie voor plattelandsontwikkeling en heeft betrekking op ten minste één van de volgende elementen:
a) verplichtingen op het niveau van het landbouwbedrijf uit hoofde van uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en/of normen inzake een goede landbouw- en milieuconditie zoals bedoeld in titel VI, hoofdstuk I, van Verordening (EU) nr. 1306/2013;
b) in voorkomend geval, de klimaat- en milieuvriendelijke praktijken zoals bedoeld in titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en het onderhoud van het landbouwgebied zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
c) in de plattelandsontwikkelingsprogramma's vervatte maatregelen op het niveau van het landbouwbedrijf met het oog op bedrijfsmodernisering, het verbeteren van het concurrentievermogen, sectorintegratie, innovatie, marktgerichtheid en het stimuleren van ondernemerschap;
d) door de lidstaten omschreven eisen ter uitvoering van artikel 11, lid 3, van de kaderrichtlijn water;
e) door de lidstaten omschreven eisen ter uitvoering van artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, in het bijzonder de naleving van de algemene beginselen van geïntegreerde gewasbescherming zoals bedoeld in artikel 14 van Richtlijn 2009/128/EG; of
f) in voorkomend geval, arbeidsveiligheidsnormen of met het landbouwbedrijf verband houdende normen;
g) specifiek advies voor landbouwers die voor het eerst een bedrijf opstarten.
Het advies kan ook betrekking hebben op andere thema's, met name informatie betreffende mitigatie van en adaptatie aan de klimaatverandering, biodiversiteit en de waterbescherming als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 of thema's die verband houden met de economische en milieuprestatie van het landbouwbedrijf, met inbegrip van de mededingingsaspecten.
Dit kan ook advies omvatten voor de ontwikkeling van korte toeleveringsketens, biologische landbouw en de gezondheidsaspecten van de veehouderij.
5. Het advies voor bosbezitters heeft op zijn minst betrekking op de relevante vereisten in het kader van de Richtlijnen 92/43/EEG, 2009/147/EG en de kaderrichtlijn water. Het advies kan ook betrekking hebben op thema's die verband houden met de economische en milieuprestatie van het bosbouwbedrijf.
6. Het advies voor kleine en middelgrote ondernemingen kan betrekking hebben op thema's die verband houden met de economische en milieuprestatie van de onderneming.
7. Indien dat terdege gerechtvaardigd en steekhoudend is, kan het advies gedeeltelijk in groep worden verstrekt, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met de omstandigheden van de individuele gebruiker van de adviesdiensten.
8. De in het kader van lid 1, onder a) en c), verleende steun mag de in bijlage II vastgestelde maximumbedragen niet overschrijden. De in het kader van lid 1, onder b), verleende steun dient over een periode van vijf jaar na de oprichting geleidelijk te worden verlaagd.