Art. 27 Verordening (EU) nr. 1291/2013, Internationale samenwerking met derde landen en internationale organisaties

Verordening (EU) nr. 1291/2013

1. In derde landen gevestigde juridische entiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 3, van Verordening (EU) nr. 1290/2013 alsmede internationale organisaties komen onder de in die verordening vermelde voorwaarden in aanmerking voor deelname aan acties onder contract in het kader van Horizon 2020. Internationale samenwerking met derde landen en internationale organisaties wordt bevorderd en opgenomen in Horizon 2020, met name om de volgende doelstellingen te verwezenlijken:

a) de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van de Unie op het gebied van onderzoek en innovatie evenals haar economische en industriële concurrentievermogen versterken;

b) gemeenschappelijke maatschappelijke uitdagingen doeltreffend aanpakken;

c) steun verlenen aan de doelstellingen van het externe en ontwikkelingsbeleid van de Unie, en zorgen voor aanvulling van externe en ontwikkelingsprogramma's, inclusief internationale verbintenissen en de daarmee samenhangende doelstellingen, zoals de verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Er zal worden gestreefd naar synergie met andere beleidsmaatregelen van de Unie.

2. Gerichte acties die tot doel hebben de samenwerking met specifieke derde landen of groepen derde landen, inclusief de strategische partners van de Unie, te bevorderen, worden uitgevoerd in het kader van een strategische aanpak en op basis van gemeenschappelijk belangen, prioriteiten en wederzijds voordeel, rekening houdend met de wetenschappelijke en technologische capaciteiten en specifieke behoeften, de marktperspectieven ervan, en het verwachte effect van dergelijke acties.

Wederkerige toegang tot programma’s van derde landen moet worden aangemoedigd en waar passend, worden gecontroleerd. Om het effect van internationale samenwerking zo groot mogelijk te maken, worden coördinatie en synergie met initiatieven van de lidstaten en geassocieerde landen bevorderd. De samenwerking kan verschillend van aard zijn, naar gelang van de specifieke partnerlanden.

Bij de samenwerkingsprioriteiten wordt rekening gehouden met ontwikkelingen in het Uniebeleid, kansen voor samenwerking met derde landen en een eerlijke en billijke benadering inzake intellectuele-eigendomsrechten.

3. Daarnaast worden in het kader van Horizon 2020 horizontale en sectoroverschrijdende activiteiten uitgevoerd om de strategische ontwikkeling van de internationale samenwerking te bevorderen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen