Art. 30 Verordening (EU) nr. 1291/2013, Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Verordening (EU) nr. 1291/2013

1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie via de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende bestuurlijke en financiële sancties.

2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer zijn bevoegd om alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van Horizon 2020 financiële middelen van de Unie hebben ontvangen, aan de hand van stukken en ter plaatse te controleren.

Onverminderd lid 3 kan de Commissie gedurende maximaal twee jaar na de betaling van het saldo audits verrichten.

3. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) mag onderzoek verrichten, inclusief controles en verificaties ter plaatse, overeenkomstig de bepalingen en procedures zoals vastgelegd in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (23), en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (24), om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onrechtmatige daden die de financiële belangen van de Unie schaden in verband met subsidieovereenkomsten of -besluiten of contracten in het kader van Horizon 2020.

4. Samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten, subsidiebesluiten en contracten, die voorvloeien uit de uitvoering van deze verordening, bevatten bepalingen die de Commissie, de Rekenkamer en het OLAF uitdrukkelijk machtigen, onverminderd de leden 1, 2 en 3, dergelijke audits en onderzoeken in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden te verrichten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen