Art. 32 Verordening (EU) nr. 1291/2013, Evaluatie
Verordening (EU) nr. 1291/2013
1. Evaluaties worden op een zodanig tijdstip uitgevoerd dat ze in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.
2. Uiterlijk 31 december 2017 voert de Commissie, bijgestaan door onafhankelijke, volgens een transparante procedure geselecteerde deskundigen, een herziening van het EIT uit, waarbij rekening wordt gehouden met de evaluatie in het kader van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 294/2008. De uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor KIG zal in 2018 uitgaan, mits deze evaluatie positief is. Bij de evaluatie wordt de voortgang van het EIT beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a) de mate en de efficiëntie van het gebruik van de overeenkomstig artikel 6, lid 3, van deze verordening toegewezen middelen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen het bedrag dat voor de ontwikkeling van de eerste golf KIG's is gebruikt en het effect van het zaaikapitaal voor de daaropvolgende golven, en het vermogen van het EIT om middelen aan te trekken van de partners in de KIG's, en met name de private sector, als uiteengezet in Verordening (EG) nr. 294/2008;
b) de bijdrage van het EIT en de KIG's aan de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen" en de specifieke doelstelling "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën" en de op basis van de in bijlage I omschreven indicatoren gemeten prestaties;
c) de bijdrage van het EIT en de KIG's aan de integratie van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie;
d) het vermogen van de KIG's om relevante nieuwe partners te integreren waar die een toegevoegde waarde kunnen opleveren.
3. Uiterlijk op 31 december 2017 voert de Commissie, rekening houdend met de ex-post evaluatie van het zevende kaderprogramma die uiterlijk op 31 december 2015 moet zijn afgerond en de evaluatie van het EIT, samen met volgens een transparante procedure geselecteerde onafhankelijke deskundigen een tussentijdse evaluatie uit van Horizon 2020, het specifieke programma ervan, met inbegrip van de Europese Onderzoeksraad (European Research Council - ERC), en de activiteiten van het EIT.
Bij de tussentijdse evaluatie worden de vorderingen van de verschillende onderdelen van Horizon 2020 getoetst aan de volgende criteria:
a) de mate waarin de doelstellingen van Horizon 2020 bereikt zijn (op het niveau van resultaten en vorderingen qua beoogde effecten, waar van toepassing op basis van de in bijlage II van het specifieke programma vastgelegde indicatoren) en de mate waarin alle daaraan gerelateerde maatregelen nog steeds relevant zijn;
b) de doelmatigheid en het gebruik van hulpbronnen, waarbij in het bijzonder aandacht besteed wordt aan horizontale kwesties en andere in artikel 14, lid 1, genoemde elementen; en
c) de toegevoegde waarde van de Unie.
Zowel de bestaande als de nieuwe publiek-private partnerschappen, met inbegrip van de JTIs, worden in het kader van de tussentijdse evaluatie onderworpen aan een diepgaande beoordeling, die onder andere een analyse van hun openheid, transparantie en doeltreffendheid omvat. Bij deze beoordeling dient de evaluatie van het EIT, zoals voorgeschreven in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 294/2008, in overweging te worden genomen, om een op gemeenschappelijke principes gebaseerde beoordeling mogelijk te maken.
Het FTI wordt in het kader van de tussentijdse evaluatie onderworpen aan een diepgaande beoordeling, die onder andere een beoordeling van de bijdrage tot innovatie, deelname van het bedrijfsleven en nieuwe aanvragers, de operationele doeltreffendheid en financiering en de hefboomwerking van particuliere investeringen omvat. Over de verdere implementatie van het FTI wordt beslist op basis van de resultaten van de evaluatie, en de implementatie kan dienovereenkomstig worden aangepast of uitgebreid.
In de tussentijdse evaluatie worden aspecten van de verspreiding en de benutting van de onderzoeksresultaten in aanmerking genomen.
Bij de tussentijdse evaluatie worden tevens aspecten in overweging genomen die verband houden met de ruimte voor verdere vereenvoudiging en de toegang tot financieringsmogelijkheden voor deelnemers in alle regio's en voor de private sector, en met name KMO's, en met de ruimte voor de bevordering van gendergelijkheid, en wordt verder rekening gehouden met de bijdrage die de maatregelen leveren tot de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, de resultaten betreffende het langetermijneffect van de maatregelen die eraan vooraf gingen en de mate van synergie en interactie met andere financieringsprogramma's van de Unie, waaronder de ESI-fondsen.
In het kader van de tussentijdse evaluatie wordt het financieringsmodel van Horizon 2020 grondig beoordeeld aan de hand van, onder meer, de volgende indicatoren:
— de deelname van deelnemers die beschikken over een hoogwaardige onderzoeksinfrastructuur of die in het verleden gebruik hebben gemaakt van volledige kostendekking in het zevende kaderprogramma;
— de vereenvoudiging voor deelnemers die beschikken over een hoogwaardige onderzoeksinfrastructuur of die in het verleden gebruik hebben gemaakt van volledige kostendekking in het zevende kaderprogramma;
— de aanvaarding van de gangbare boekhoudpraktijken van de begunstigden;
— de mate waarin gebruik is gemaakt van aanvullende remuneratie van het personeel als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1290/2013.
Waar passend, wordt in de tussentijdse evaluatie verder rekening gehouden met informatie over de coördinatie met onderzoeks- en innovatieactiviteiten die door de lidstaten zijn uitgevoerd, ook voor terreinen waarvoor er gezamenlijke programmeringsinitiatieven zijn vastgesteld.
4. Uiterlijk op 31 december 2023 voert de Commissie samen met volgens een transparante procedure geselecteerde onafhankelijke deskundigen een ex-post evaluatie uit van Horizon 2020, het specifieke programma ervan en de activiteiten van het EIT. Bij deze evaluatie worden de achtergrond, de uitvoering en de successen beoordeeld, alsmede de effecten en duurzaamheid van de maatregelen op langere termijn. De uitkomsten van de evaluatie worden meegenomen in de besluitvorming omtrent de vraag of de maatregelen al dan niet moeten worden voortgezet, gewijzigd of gestaakt. In de evaluatie worden aspecten van de verspreiding en de benutting van de onderzoeksresultaten in aanmerking genomen.
5. De prestatie-indicatoren voor het beoordelen van de vooruitgang in het licht van de algemene doelstellingen van Horizon 2020 en voor het EIT, zoals vermeld in de inleiding van bijlage I, en voor de in het specifieke programma vastgestelde specifieke doelstellingen, met inbegrip van de desbetreffende referentiescenario's, leveren de minimumbasis voor de beoordeling van de mate waarin de doelstellingen van Horizon 2020 zijn bereikt.
6. Waar passend ontvangt de Commissie van de lidstaten, indien deze hierover beschikken, de nodige gegevens en informatie om te kunnen toezien op de betrokken maatregelen en deze te kunnen evalueren.
7. De Commissie deelt de conclusies van de in dit artikel bedoelde evaluaties, vergezeld van haar opmerkingen, mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.