Art. 22 Verordening (EU) nr. 1291/2013, Kleine, middelgrote en micro-ondernemingen
Verordening (EU) nr. 1291/2013
1. Er wordt specifiek op toegezien dat de uitvoering van Horizon 2020 een toereikende deelname van, en een onderzoeks- en innovatie-effect op kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (KMO's) bewerkstelligt. De deelname van KMO's wordt kwantitatief en kwalitatief beoordeeld in het kader van de overeen te komen evaluatie en monitoringactiviteiten.
2. Naast het scheppen van betere voorwaarden voor KMO's om aan alle toepasselijke mogelijkheden in Horizon 2020 deel te nemen, worden specifieke acties ondernomen. Met name wordt een specifiek mkb-instrument opgericht dat in ruime zin bedoeld is voor alle typen van mkb met innovatiepotentieel. Dit vindt plaats in het kader van één enkel gecentraliseerd beheerssysteem en de uitvoering daarvan geschiedt hoofdzakelijk bottom up, door middel van een permanente open oproep die is toegesneden op de behoeften van KMO's, zoals uiteengezet onder de specifieke doelstelling "Innovatie bij KMO's" in bijlage I, deel II, punt 3.3.a). Dit instrument houdt rekening met de specifieke doelstelling "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën", zoals opgenomen in bijlage I, deel II, punt 1, en alle specifieke doelstellingen onder de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen", zoals opgenomen in bijlage I, deel III, punten 1 tot en met 7, en wordt consequent uitgevoerd.
3. De geïntegreerde aanpak als bedoeld in de leden 1 en 2 en de vereenvoudigde procedures moeten ertoeleiden dat ten minste 20 % van de totale gecombineerde begroting voor de specifieke doelstelling "Leiderschap op het gebied van ontsluitende en industriële technologieën" en de prioriteit "Maatschappelijke uitdagingen" naar KMO's gaat.
4. Er wordt in het bijzonder op gelet dat KMO's toereikend zijn vertegenwoordigd in de in artikel 25 bedoelde publiek-private partnerschappen.