Art. 26 Verordening (EU) nr. 1291/2013, Publiek-publieke partnerschappen
Verordening (EU) nr. 1291/2013
1. Horizon 2020 draagt bij aan het versterken van publiek-publieke partnerschappen, waar en wanneer zulks passend is, waarbij acties op regionaal, nationaal en internationaal niveau binnen de Unie gezamenlijk worden uitgevoerd.
Er wordt bijzondere aandacht besteed aan gezamenlijke programmeringsinitiatieven tussen de lidstaten. Door Horizon 2020 ondersteunde gezamenlijke programmeringsinitiatieven staan open voor deelname door de lidstaten of geassocieerde landen.
2. Publiek-publieke partnerschappen kunnen worden ondersteund binnen of in het kader van een aantal van de in artikel 5, lid 2, vermelde prioriteiten, in het bijzonder via:
a) een ERA-NET-instrument dat gebruik maakt van subsidies om publiek-publieke partnerschappen te ondersteunen bij de voorbereiding ervan, het opzetten van netwerkstructuren, het ontwerpen, uitvoeren en coördineren van gezamenlijke activiteiten, evenals extra financiering door de Unie van ten hoogste één gezamenlijke call per jaar, en van acties met een transnationaal karakter;
b) deelname van de Unie aan programma’s die overeenkomstig artikel 185 VWEU door verscheidene lidstaten worden opgezet wanneer de deelname door de reikwijdte van de beoogde doelstellingen en de benodigde financiële middelen gerechtvaardigd is.
Voor de uitvoering van de eerste alinea, punt a), hangt extra financiering af van de aangetoonde toegevoegde waarde van de actie op Unieniveau en van voorafgaande indicatieve financiële verbintenissen in geld of in natura, gesloten door de entiteiten die aan de gezamenlijke uitnodigingen en acties deelnemen. Het ERA-NET-instrument kan als een van zijn doelstellingen hebben het harmoniseren, waar mogelijk, van de regels en de uitvoeringsmodaliteiten van de gezamenlijke uitnodigingen en acties. Het kan tevens worden gebruikt om een initiatief op grond van artikel 185 VWEU voor te bereiden.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), worden dergelijke initiatieven uitsluitend voorgesteld indien er behoefte bestaat aan een specifieke uitvoeringsstructuur en de deelnemende landen veel belang hechten aan integratie op wetenschappelijk, bestuurlijk en financieel niveau. Daarnaast worden voorstellen voor dergelijke initiatieven vastgesteld op basis van alle onderstaande criteria:
a) een duidelijke omschrijving van de na te streven doelstelling en de relevantie ervan voor de Horizon 2020-doelstellingen en de bredere beleidsdoelstellingen van de Unie;
b) indicatieve financiële verbintenissen van de deelnemende landen in geld of in natura, onder meer voorgaande verbintenissen om nationale en/of regionale investeringen voor transnationaal onderzoek en transnationale innovatie op elkaar af te stemmen en, waar passend, middelen te poolen;
c) de toegevoegde waarde van optreden op Unieniveau;
d) de kritische massa, als het gaat om de omvang en het aantal van de betreffende programma's, de overeenkomsten of de complementariteit tussen activiteiten en de mate waarin ze betrekking hebben op relevant onderzoek;
e) de geschiktheid van artikel 185 VWEU voor het verwezenlijken van de doelstellingen.