Art. 498 Verordening (EU) nr. 575/2013, Vrijstelling voor grondstoffenhandelaren

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De in deze verordening vervatte eigenvermogensvereisten zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen waarvan het hoofdbedrijf uitsluitend bestaat in het aanbieden van beleggingsdiensten of -activiteiten in verband met de financiële instrumenten die worden omschreven in bijlage I, deel C, punten 5, 6, 7, 9 en 10 bij Richtlijn 2004/39/EG en waarop Richtlijn 93/22/EEG op 31 december 2006 niet van toepassing was.

Deze vrijstelling geldt tot en met 31 december 2017 of tot de dag van inwerkingtreding van enige wijzigingen krachtens de leden 2 en 3, waarbij de vroegste datum van toepassing is.

2. Uiterlijk op 31 december 2015 dient de Commissie op basis van openbare raadplegingen en in overleg met de bevoegde autoriteiten bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over:

a) een geschikte regeling voor het bedrijfseconomisch toezicht op beleggingsondernemingen waarvan het hoofdbedrijf uitsluitend bestaat in het aanbieden van beleggingsdiensten of -activiteiten in verband met de derivaten of derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen, als omschreven in bijlage I, deel C, punten 5, 6, 7, 9 en 10 bij Richtlijn 2004/39/EG;

b) de wenselijkheid Richtlijn 2004/39/EG zodanig te wijzigen dat een verdere categorie beleggingsondernemingen wordt gecreëerd waarvan het hoofdbedrijf uitsluitend bestaat in het aanbieden van beleggingsdiensten of -activiteiten in verband met de financiële instrumenten als omschreven in bijlage I, deel C, punten 5, 6, 7, 9 en 10 bij Richtlijn 2004/39/EG met betrekking tot energieleveringen, met inbegrip van elektriciteit, steenkool, gas en olie.

3. Op grond van het in lid 2 bedoelde verslag kan de Commissie voorstellen indienen om deze verordening te wijzigen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen