Art. 495 Verordening (EU) nr. 575/2013, Behandeling van blootstellingen met betrekking tot aandelen in het kader van de IRB-benadering

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. In afwijking van hoofdstuk 3, deel 3, kunnen de bevoegde autoriteiten tot en met 31 december 2017 bepaalde categorieën van blootstellingen met betrekking tot aandelen die op 31 december 2007 door instellingen en in de Unie gevestigde dochterondernemingen van instellingen in die lidstaat worden gehouden, vrijstellen van de IRB-benadering. De bevoegde autoriteit maakt de categorieën van blootstellingen met betrekking tot aandelen die deze behandeling genieten bekend overeenkomstig artikel 143 van Richtlijn 2013/36/EU.

De vrijgestelde positie wordt gemeten als het aantal aandelen op 31 december 2007 en enige bijkomende deelneming die rechtstreeks het gevolg is van het bezit van eerstgenoemde deelnemingen, mits zij het proportionele eigendomsbelang in een portefeuillemaatschappij niet verhogen.

Als een acquisitie het proportionele eigendomsbelang in een bepaalde deelneming verhoogt, geldt de vrijstelling niet voor het deel van de deelneming dat uitstijgt boven het oorspronkelijke belang. Evenmin geldt de vrijstelling voor deelnemingen die oorspronkelijk onder de vrijstelling vielen, maar die verkocht en vervolgens teruggekocht zijn.

Blootstellingen met betrekking tot aandelen die onder deze bepaling vallen, zijn onderworpen aan de kapitaalvereisten die worden berekend overeenkomstig de standaardbenadering van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, en de in deel 3, titel IV, beschreven vereisten, als toepasselijk.

De bevoegde autoriteiten stellen de Commissie en de EBA in kennis van de uitvoering van dit lid.

2. Bij de berekening van risicogewogen posten voor de toepassing van artikel 114, lid 4, wordt tot 31 december 2015 aan blootstellingen met betrekking tot centrale regeringen of centrale banken van de lidstaten die luiden en gefinancierd zijn in de nationale valuta van een lidstaat, hetzelfde risicogewicht toegekend als zou worden toegepast op dergelijke blootstellingen die luiden en gefinancierd zijn in hun nationale valuta.

3. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de voorwaarden waaronder de bevoegde autoriteiten de in lid 1 bedoelde vrijstelling verlenen.

De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2014 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen