Art. 493 Verordening (EU) nr. 575/2013, Overgangsbepalingen voor grote risicoblootstellingen

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De bepalingen betreffende grote risicoblootstellingen in de artikelen 387 tot en met 403 zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen waarvan het hoofdbedrijf uitsluitend bestaat in het aanbieden van beleggingsdiensten of -activiteiten in verband met de financiële instrumenten die worden beschreven in bijlage I, deel C, punten 5, 6, 7, 9 en 10 bij Richtlijn 2004/39/EG en waarop Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (34) op 31 december 2006 niet van toepassing was. Deze vrijstelling is beschikbaar tot 31 december 2017 of tot de dag van inwerkingtreding van enige wijziging uit hoofde van lid 2 van dit artikel, waarbij de vroegste datum van toepassing is.

2. Uiterlijk op 31 december 2015 dient de Commissie op basis van openbare raadplegingen en in overleg met de bevoegde autoriteiten bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over:

a) een geschikte regeling voor het prudentieel toezicht op beleggingsondernemingen waarvan het hoofdbedrijf uitsluitend bestaat in het aanbieden van beleggingsdiensten of -activiteiten in verband met de derivaten of derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen, als omschreven in bijlage I, deel C, punten 5, 6, 7, 9 en 10 bij Richtlijn 2004/39/EG;

b) de wenselijkheid Richtlijn 2004/39/EG zodanig te wijzigen dat een verdere categorie beleggingsondernemingen wordt gecreëerd waarvan het hoofdbedrijf uitsluitend bestaat in het aanbieden van beleggingsdiensten of -activiteiten in verband met de financiële instrumenten als omschreven in bijlage I, deel C, punten 5, 6, 7, 9 en 10, bij Richtlijn 2004/39/EG met betrekking tot energieleveringen.

Op grond van dat verslag kan de Commissie voorstellen tot wijziging van deze verordening indienen.

3. In afwijking van artikel 400, leden 2 en 3,,kunnen de lidstaten gedurende een overgangsperiode tot de inwerkingtreding van eventuele rechtshandelingen naar aanleiding van de toetsing overeenkomstig artikel 507, maar niet na 2 januari 2029, de volgende blootstellingen geheel of gedeeltelijk van de toepassing van artikel 395, lid 1, vrijstellen:

a) gedekte obligaties die onder artikel 129, leden 1, 3 en 6 vallen;

b) actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen op regionale of lokale overheden van de lidstaten indien die vorderingen uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 20 % toegewezen zouden krijgen, alsmede andere blootstellingen met betrekking tot of gegarandeerd door deze regionale of lokale overheden aan de vorderingen jegens welke uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 20 % toegewezen zou worden;

c) blootstellingen, waaronder deelnemingen of andere belangen, die een instelling heeft met betrekking tot haar moederonderneming, andere dochterondernemingen van de moederonderneming en haar eigen dochterondernemingen, voor zover deze ondernemingen opgenomen zijn in het toezicht op geconsolideerde basis waaraan de instelling zelf onderworpen is, overeenkomstig deze verordening, Richtlijn 2002/87/EG of gelijkwaardige, in een derde land geldende standaarden. Blootstellingen die niet aan deze criteria voldoen, worden, ongeacht of ze van artikel 395, lid 1,van deze verordening zijn vrijgesteld, behandeld als blootstellingen met betrekking tot derden;

d) actiefposten die vorderingen op, en andere blootstellingen, waaronder deelnemingen of andere belangen, met betrekking tot regionale of centrale kredietinstellingen vertegenwoordigen waarmee de kredietinstelling krachtens wettelijke of statutaire bepalingen tot een netwerk behoort en die op grond van die bepalingen belast zijn met de verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk;

e) actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen met betrekking tot kredietinstellingen vertegenwoordigen, aangegaan door kredietinstellingen waarvan er één op niet-concurrerende basis werkzaam is en in het kader van wetgevingsprogramma’s of overeenkomstig haar statuten leningen verstrekt of waarborgt waarmee steun wordt verleend aan bepaalde economische sectoren, waarbij de overheid op de een of andere wijze toezicht houdt en er beperkingen gelden voor de besteding van de leningen, op voorwaarde dat de respectieve blootstellingen voortvloeien uit dergelijke leningen die via kredietinstellingen worden doorgegeven aan de begunstigden, of uit de waarborgen van deze leningen;

f) actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen met betrekking tot instellingen vertegenwoordigen, mits die blootstellingen geen eigen vermogen van de instellingen vormen, uiterlijk tot en met de volgende werkdag bestaan en niet in een belangrijke handelsvaluta luiden;

g) actiefposten die vorderingen op centrale banken vertegenwoordigen in de vorm van bij deze centrale banken aan te houden voorgeschreven minimumreserves die in de nationale valuta luiden;

h) actiefposten bestaande uit vorderingen op centrale overheden in de vorm van wettelijk vereiste liquiditeit die in overheidspapier worden aangehouden, en die in de nationale valuta luiden en gefinancierd zijn, mits, volgens het oordeel van de bevoegde autoriteit, de door een aangewezen EKBI toegekende kredietbeoordeling van deze centrale overheden als investeringswaardig is aan te merken;

i) 50 % van de documentaire kredieten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling en van de niet-opgenomen kredietfaciliteiten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling bedoeld in bijlage I en, met instemming van de bevoegde autoriteiten, 80 % van andere dan leninggaranties met een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag die voor de leden worden verstrekt door onderlingegarantiesystemen met de status van kredietinstelling;

j) wettelijk vereiste garanties die worden gebruikt wanneer een hypothecaire lening, die wordt gefinancierd door de uitgifte van obligaties met een hypotheek als onderpand, wordt betaald aan de hypotheeknemer vóór de definitieve registratie in het kadaster, mits de garantie niet gebruikt wordt ter vermindering van het risico bij de berekening van de risicogewogen posten;

k) actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen met betrekking tot erkende beurzen vertegenwoordigen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen