Art. 247 Verordening (EU) nr. 575/2013, Inaanmerkingneming van kredietrisicolimitering voor securitisatieposities

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Een instelling kan volgestorte of niet-volgestorte kredietprotectie, verkregen ten aanzien van een securitisatiepositie, overeenkomstig hoofdstuk 4 en met inachtneming van de voorschriften van dit hoofdstuk en van hoofdstuk 4 erkennen.

Toelaatbare volgestorte kredietprotectie is beperkt tot financiële zekerheden die in aanmerking komen voor de berekening van risicogewogen posten overeenkomstig hoofdstuk 2, als vastgesteld in hoofdstuk 4, en kan slechts worden erkend indien er aan de toepasselijke vereisten van hoofdstuk 4 wordt voldaan.

2. Als toelaatbare niet-volgestorte kredietprotectie en als toelaatbare verschaffers van niet-volgestorte kredietprotectie komen alleen de vormen van protectie en de protectiegevers in aanmerking die overeenkomstig hoofdstuk 4 toelaatbaar zijn; zij kunnen slechts worden erkend indien er aan de toepasselijke vereisten van hoofdstuk 4 wordt voldaan.

3. In afwijking van lid 2 beschikken de toelaatbare verschaffers van niet-volgestorte kredietprotectie die vermeld zijn in artikel 201, lid 1, punten a) tot en met h), behalve gekwalificeerde centrale tegenpartijen, over een kredietbeoordeling door een erkende EKBI waarvoor beslist is deze onder te brengen in kredietkwaliteitscategorie 3 of hoger overeenkomstig artikel 136 en die is ondergebracht in kredietkwaliteitscategorie 2 of hoger op het moment dat de kredietprotectie voor het eerst werd erkend. Instellingen die toestemming hebben om de IRB-benadering toe te passen op een rechtstreekse blootstelling met betrekking tot de protectiegever kunnen de toelaatbaarheid overeenkomstig de eerste zin beoordelen op basis van de gelijkwaardigheid van de PD van de protectiegever met de PD die samenhangt met de in artikel 136 bedoelde kredietkwaliteitscategorieën.

4. In afwijking van lid 2 zijn SSPE's toelaatbare protectiegevers als zij activa bezitten die als toelaatbare financiële zekerheden in aanmerking komen en ten aanzien waarvan geen rechten of voorwaardelijke rechten bestaan met een rangorde die hoger is dan of gelijk is aan de rangorde van de voorwaardelijke rechten van de instelling die de niet-volgestorte kredietprotectie ontvangt en als alle vereisten voor de erkenning van financiële zekerheid in hoofdstuk 4 vervuld zijn. In die gevallen wordt de GA (het bedrag van de protectie gecorrigeerd voor valutamismatch en looptijdmismatch overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 4) beperkt tot de voor volatiliteit gecorrigeerde marktwaarde van die activa en is g (het risicogewicht van blootstellingen met betrekking tot de protectiegever zoals gespecificeerd overeenkomstig de standaardbenadering) gelijk aan het gewogen gemiddelde risicogewicht dat op die activa van toepassing zou zijn als financiële zekerheid in het kader van de standaardbenadering.

Vorige artikelen

Volgende artikelen