Art. 242 Verordening (EU) nr. 575/2013, Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
(1) "overgebleven rentemarge": financieringsvergoedingen en andere vergoedingen die met betrekking tot gesecuritiseerde blootstellingen zijn ontvangen minus kosten en uitgaven;
(2) "opschoon-calloptie": een contractuele optie die de initiator het recht geeft de securitisatieposities terug te kopen of af te lossen voordat alle onderliggende blootstellingen zijn terugbetaald, wanneer het bedrag van de uitstaande blootstellingen beneden een bepaald niveau daalt;
(3) "liquiditeitsfaciliteit": een securitisatiepositie die voortvloeit uit een contractuele overeenkomst om middelen ter beschikking te stellen ten einde de continuïteit van de kasstroom ten behoeve van de beleggers te waarborgen;
(4) "KIRB": 8 % van de risicogewogen posten die in het kader van hoofdstuk 3 met betrekking tot de gesecuritiseerde blootstellingen zouden zijn berekend indien zij niet gesecuritiseerd zouden zijn geweest, vermeerderd met het bedrag van de in het kader van dat hoofdstuk berekende verwachte verliesposten die verband houden met deze blootstellingen;
(5) "op ratings gebaseerde methode": de methode waarbij de risicogewogen posten voor securitisatieposities overeenkomstig artikel 261 worden berekend;
(6) "benadering met toezichthoudersformule": de methode waarbij de risicogewogen posten voor securitisatieposities overeenkomstig artikel 262 worden berekend;
(7) "positie zonder rating": een securitisatiepositie die geen kredietbeoordeling heeft van een EKBI als bedoeld in afdeling 4;
(8) "positie met rating": een securitisatiepositie die een kredietbeoordeling heeft van een EKBI als bedoeld in afdeling 4;
(9) "asset backed commercialpaperprogramma" ("ABCP-programma"): securitisatieprogramma in het kader waarvan effecten (door activa gedekt commercieel papier) worden uitgegeven, voornamelijk in de vorm van commercieel papier met een oorspronkelijke looptijd van een jaar of minder;
(10) "traditionele securitisatie": securitisatie waarbij de gesecuritiseerde blootstellingen in economische zin worden overgedragen. Daartoe wordt de eigendom van de gesecuritiseerde blootstellingen door de initiërende instelling overgedragen aan een SSPE of via subdeelneming door een SSPE. De uitgegeven effecten vormen geen betalingsverplichting van de initiërende instelling;
(11) "synthetische securitisatie": securitisatie waarbij de overdracht van risico geschiedt door middel van kredietderivaten of garanties, en de blootstellingen die worden gesecuritiseerd, blootstellingen van de initiërende instelling blijven;
(12) 'revolverende blootstelling: een blootstelling waarbij de openstaande saldi van cliënten naargelang van hun beslissingen om te lenen en terug te betalen, mogen schommelen tot een van tevoren afgesproken limiet;
(13) "'revolverende securitisatie": een securitisatie waarbij de securitisatiestructuur zelf revolveert doordat aan de pool van blootstellingen blootstellingen worden toegevoegd of onttrokken ongeacht de vraag of de blootstellingen al dan niet revolveren;
(14) "vervroegde-aflossingsbepaling": een contractuele clausule in een securitisatie van revolverende blootstellingen of een revolverende securitisatie op grond waarvan de posities van de beleggers vóór de oorspronkelijke vervaldatum van de uitgegeven effecten moeten worden afgelost zodra welbepaalde gebeurtenissen zich voordoen;
(15) "eersteverliestranche": de meest achtergestelde tranche in een securitisatie, die als eerste tranche verlies draagt dat op de gesecuritiseerde blootstellingen wordt geleden en aldus protectie biedt voor de tweedeverliestranches en, in voorkomend geval, voor tranches met een hogere rangorde.