Art. 246 Verordening (EU) nr. 575/2013, Blootstellingswaarde
1. De blootstellingswaarde wordt als volgt berekend:
a) indien een instelling de risicogewogen posten berekent overeenkomstig onderafdeling 3, is de blootstellingswaarde van een securitisatiepositie op de balans de na het aanbrengen van bepaalde overeenkomstig artikel 110 behandelde kredietrisicoaanpassingen resterende boekwaarde;
b) indien een instelling de risicogewogen posten berekent overeenkomstig onderafdeling 4, is de blootstellingswaarde van een securitisatiepositie op de balans de boekwaarde ongerekend aangebrachte, overeenkomstig artikel 110 behandelde, kredietrisicoaanpassingen;
c) indien een instelling de risicogewogen posten berekent overeenkomstig onderafdeling 3, is de blootstellingswaarde van een securitisatiepositie buiten de balans haar nominale waarde, verminderd met enige specifieke kredietrisicoaanpassing van die securitisatiepositie, vermenigvuldigd met een omrekeningsfactor als voorgeschreven in dit hoofdstuk. De omrekeningsfactor bedraagt 100 %, tenzij anders is aangegeven;
d) indien een instelling de risicogewogen posten berekent overeenkomstig onderafdeling 4, is de blootstellingswaarde van een securitisatiepositie buiten de balans haar nominale waarde, vermenigvuldigd met een omrekeningsfactor als voorgeschreven in dit hoofdstuk. De omrekeningsfactor bedraagt 100 %, tenzij anders is aangegeven;
e) de blootstellingswaarde voor het tegenpartijkredietrisico van een in bijlage II vermeld derivaat wordt bepaald overeenkomstig hoofdstuk 6.
2. Indien een instelling twee of meer posities in een securitisatie heeft die elkaar overlappen, neemt zij, in de mate waarin de posities elkaar overlappen, bij haar berekening van risicogewogen posten uitsluitend de positie of deelpositie in aanmerking die de hogere risicogewogen posten oplevert. De instelling kan een dergelijke overlap tussen eigenvermogensvereisten voor specifieke risico's voor posities in de handelsportefeuille en eigenvermogensvereisten voor securitisatieposities in de niet-handelsportefeuille ook erkennen, mits de instelling in staat is de eigenvermogensvereisten voor de posities in kwestie te berekenen en te vergelijken. Voor de toepassing van dit lid vindt overlapping plaats wanneer de posities geheel of gedeeltelijk aan hetzelfde risico blootstaan waardoor er voor de omvang van de overlap slechts één blootstelling is.
3. Indien artikel 268, punt c), op posities in het ABCP van toepassing is, kan de instelling voor de berekening van de risicogewogen post van het ABCP het aan een liquiditeitsfaciliteit toegekende risicogewicht hanteren mits het door het programma uitgegeven ABCP voor 100 % onder deze of andere liquiditeitsfaciliteiten vallen en al deze liquiditeitsfaciliteiten dezelfde rangorde hebben als het ABCP zodat zij overlappende posities vormen.
De instelling stelt de bevoegde autoriteiten in kennis van het gebruik dat zij van deze behandeling maakt.