Art. 67 Richtlijn 2013/36/EU, Andere bepalingen

Richtlijn 2013/36/EU

1. Dit artikel is van toepassing in ten minste elk van de volgende omstandigheden:

a) een instelling een vergunning verkregen heeft door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;

b) een instelling in strijd met artikel 26, lid 1, eerste alinea, verzuimt om, zodra zij kennis heeft van verwervingen of afstotingen van deelnemingen in haar kapitaal, waardoor deelnemingen stijgen boven of dalen onder de percentages als bedoeld in artikel 22, lid 1, of artikel 25, de bevoegde autoriteiten van deze verwervingen of afstotingen in kennis te stellen;

c) een instelling die genoteerd is op een gereglementeerde markt die voorkomt op de door de ESMA overeenkomstig artikel 47 van Richtlijn 2004/39/EG te publiceren lijst, in strijd met artikel 26, lid 1, tweede alinea, van deze richtlijn verzuimt de bevoegde autoriteiten ten minste eens per jaar in kennis te stellen van de identiteit van de aandeelhouders en vennoten die gekwalificeerde deelnemingen bezitten, alsmede van de omvang van de deelnemingen;

d) een instelling niet beschikt over de governanceregelingen die overeenkomstig de nationale voorschriften voor de omzetting van artikel 74 door de bevoegde autoriteiten worden geëist;

e) een instelling verzuimt aan de bevoegde autoriteiten informatie te verstrekken over de naleving van de verplichting om aan de in artikel 92 van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgelegde eigenvermogensvereisten te voldoen, in strijd met artikel 99, lid 1, van genoemde verordening, of onvolledige of onjuiste informatie verstrekt;

f) een instelling met betrekking tot de in artikel 101 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde gegevens verzuimt aan de bevoegde autoriteiten informatie te verstrekken, of onvolledige of onjuiste informatie verstrekt;

g) een instelling in strijd met artikel 394, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, verzuimt aan de bevoegde autoriteiten informatie over een grote risicoblootstelling mee te delen, of onvolledige of onjuiste informatie verstrekt;

h) een instelling in strijd met artikel 415, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013, verzuimt aan de bevoegde autoriteiten informatie over de liquiditeit mee te delen, of onvolledige of onjuiste informatie verstrekt;

i) een instelling in strijd met artikel 430, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, verzuimt aan de bevoegde autoriteiten informatie over de hefboomratio mee te delen, of onvolledige of onjuiste informatie verstrekt;

j) een instelling in strijd met artikel 412 van Verordening (EU) nr. 575/2013 verzuimt herhaaldelijk of gedurig liquide activa aan te houden;

k) een instelling heeft een blootstelling die de limieten overschrijdt die in artikel 395 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vastgelegd;

l) een instelling is blootgesteld aan het kredietrisico van een securitisatiepositie zonder dat zij voldoet aan de in artikel 405 van Verordening (EU) nr. 575/2013 gestelde voorwaarden;

m) een instelling verzuimt in strijd met artikel 431, leden 1, 2 en 3, of artikel 451, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 informatie mede te delen, of onvolledige of onjuiste informatie verstrekt;

n) een instelling betalingen verricht aan houders van in het eigen vermogen van de instelling opgenomen instrumenten, in strijd met artikel 141 van deze richtlijn of in gevallen waarin dergelijke betalingen zijn verboden op grond van de artikelen 28, 51 of 63 van Verordening (EU) nr. 575/2013;

o) een instelling blijkt aansprakelijk te zijn voor een ernstige inbreuk op de nationale voorschriften tot uitvoering van Richtlijn 2005/60/EG;

p) een instelling een persoon (personen) die niet voldoet (voldoen) aan de voorschriften van artikel 91 toegelaten om lid van het leidinggevend orgaan te worden of te blijven.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat in de in lid 1 bedoelde gevallen ten minste de volgende administratieve sancties en andere administratieve maatregelen kunnen worden opgelegd:

a) een publieke verklaring waarin de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke persoon, instelling, financiële holding of gemengde financiële holding, alsook de aard van de inbreuk, worden aangewezen;

b) een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt;

c) ingeval het een instelling betreft, intrekking van de vergunning van de instelling in overeenstemming met artikel 18;

d) onder voorbehoud van artikel 65, lid 2, een voorlopig verbod voor een lid van het leidinggevend orgaan van de instelling of enigerlei andere natuurlijke persoon die voor de inbreuk verantwoordelijk wordt gehouden, om functies in instellingen te bekleden;

e) indien het een rechtspersoon betreft, administratieve geldboeten die oplopen tot 10 % van de totale netto jaaromzet, met inbegrip van de bruto-inkomsten bestaande uit ontvangen rentebaten en soortgelijke baten, inkomsten uit aandelen en andere niet-vastrentende/vastrentende waardepapieren, en ontvangen provisie of vergoedingen in overeenstemming met artikel 316 van Verordening (EU) nr. 575/2013, van de onderneming in het voorgaande boekjaar;

f) indien het een natuurlijke persoon betreft, administratieve geldboeten die oplopen tot 5 000 000 EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, het overeenkomstige bedrag in de nationale valuta op 17 juli 2013;

g) administratieve geldboeten die oplopen tot tweemaal het bedrag van de als gevolg van de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen ingeval deze kunnen worden bepaald.

Indien een in de eerste alinea, onder e), bedoelde onderneming een dochteronderneming van een moederonderneming is, zijn de relevante bruto-inkomsten gelijk aan de bruto-inkomsten die blijken uit de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederonderneming in het voorgaande boekjaar.