Art. 65 Richtlijn 2013/36/EU, Administratieve sancties en andere administratieve maatregelen
1. Onverminderd de aan de bevoegde autoriteiten toegekende toezichtbevoegdheden als bedoeld in artikel 64 en het recht van de lidstaten om strafrechtelijke sancties vast te stellen en op te leggen, stellen de lidstaten voorschriften vast inzake administratieve sancties en andere administratieve maatregelen met betrekking tot inbreuken op de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn en op Verordening (EU) nr. 575/2013, en nemen zij alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. Indien de lidstaten besluiten geen administratieve sancties vast te stellen voor inbreuken waarop hun nationale strafrecht van toepassing is, delen zij de Commissie de toepasselijke strafrechtelijke bepalingen mede. De administratieve sancties en andere administratieve maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat als instellingen, financiële holdings en gemengde financiële holdings aan de in lid 1 bedoelde verplichtingen onderworpen zijn, in geval van inbreuk op de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn of op Verordening (EU) nr. 575/2013, met inachtneming van de voorwaarden van het nationale recht sancties kunnen worden opgelegd aan de leden van het leidinggevend orgaan en aan andere natuurlijke personen die krachtens het nationale recht voor de inbreuk verantwoordelijk zijn.
3. Aan de bevoegde autoriteiten worden alle bevoegdheden inzake informatievergaring en onderzoek verleend die nodig zijn voor de vervulling van hun taken. Onverminderd andere in deze richtlijn en in Verordening (EU) nr. 575/2013 neergelegde toepasselijke bepalingen zijn daaronder de volgende bevoegdheden begrepen:
a) de bevoegdheid om van de volgende natuurlijke of rechtspersonen alle informatie te verlangen die noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van de aan de bevoegde autoriteiten opgedragen taken, mede omvattende de informatie die op gezette tijden en volgens vastgestelde formats voor toezichtdoeleinden en de daarmee verband houdende statistische doeleinden moet worden verstrekt:
i) instellingen die in de betrokken lidstaat gevestigd zijn;
ii) financiële holdings die in de betrokken lidstaat gevestigd zijn;
iii) gemengde financiële holdings die in de betrokken lidstaat gevestigd zijn;
iv) gemengde holdings die in de betrokken lidstaat gevestigd zijn;
v) personen die behoren tot de in de punten i) tot en met iv) bedoelde entiteiten;
vi) derden aan wie de in de punten i) tot en met iv) vermelde entiteiten operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed;
b) de bevoegdheid om alle noodzakelijke onderzoeken te voeren naar alle in de onder a), punten i) tot en met vi), bedoelde personen die gevestigd zijn of zich bevinden in de betrokken lidstaat, voor zover noodzakelijk met het oog op de uitvoering van de aan de bevoegde autoriteiten opgedragen taken, inclusief:
i) het recht de overlegging van documenten te verlangen;
ii) de boeken en bescheiden van de onder a), punten i) tot en met vi), bedoelde personen te onderzoeken en kopieën of uittreksels van die boeken en bescheiden te maken;
iii) schriftelijke of mondelinge toelichting te krijgen van de onder a), punten i) tot en met vi), bedoelde personen of hun vertegenwoordigers of personeelsleden; en
iv) alle andere personen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te vergaren;
c) de bevoegdheid om behoudens andere in het Unierecht gestelde voorwaarden, alle nodige inspecties ter plaatse in de bedrijfsruimten van de onder a), punten i) tot en met vi), bedoelde rechtspersonen te verrichten, alsook in enige andere onderneming die onder het geconsolideerd toezicht valt en waarvoor een bevoegde autoriteit de consoliderende toezichthouder is, behoudens voorafgaande kennisgeving aan de betrokken bevoegde autoriteiten en behoudens het aanvragen van een machtiging om een inspectie ter plaatse te verrichten, wanneer dit door het nationale recht wordt vereist. Indien het nationale recht voorschrijft dat voor inspectie de toestemming van een rechterlijke instantie vereist is, wordt die toestemming gevraagd.