Art. 66 Richtlijn 2013/36/EU, Administratieve sancties en andere administratieve maatregelen voor inbreuken op vergunningvereisten en vereisten voor de verwerving van gekwalificeerde deelnemingen

Richtlijn 2013/36/EU

1. De lidstaten zorgen ervoor dat hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voorzien in administratieve sancties en andere administratieve maatregelen voor ten minste het volgende:

a) in strijd met artikel 9 bedrijfsmatig van het publiek deposito's of andere terugbetaalbare gelden aantrekken zonder een kredietinstelling te zijn;

b) in strijd met van artikel 9 werkzaamheden als een kredietinstelling aanvangen zonder een vergunning te hebben verkregen;

c) in strijd met artikel 22, lid 1, gedurende de beoordelingsperiode of ondanks het bezwaar van de bevoegde autoriteiten, rechtstreeks of middellijk een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling verwerven, dan wel rechtstreeks of middellijk een dergelijke gekwalificeerde deelneming verder vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de in artikel 22, lid 1, bedoelde percentages bereikt of overschrijdt, dan wel de kredietinstelling een dochteronderneming wordt, zonder de bevoegde autoriteiten van de kredietinstelling ten aanzien waarvan een verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming wordt beoogd, daarvan schriftelijk in kennis te stellen;

d) rechtstreeks of middellijk een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling afstoten of verminderen, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal tot onder de in artikel 25 bedoelde percentages daalt, of waardoor de kredietinstelling niet langer een dochteronderneming is, zonder de bevoegde autoriteiten daarvan schriftelijk in kennis te stellen.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat in de in lid 1 bedoelde gevallen ten minste de volgende administratieve sancties en andere administratieve maatregelen kunnen worden opgelegd:

a) een publieke verklaring waarin de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke persoon, instelling, financiële holding of gemengde financiële holding, alsook de aard van de inbreuk, worden aangewezen;

b) een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt;

c) ingeval het een rechtspersoon betreft, administratieve geldboeten die oplopen tot 10 % van de totale netto jaaromzet, met inbegrip van de bruto-inkomsten bestaande uit ontvangen rentebaten en soortgelijke baten, inkomsten uit aandelen en andere niet-vastrentende/vastrentende waardepapieren, en ontvangen provisie of vergoedingen als weergegeven in overeenstemming met artikel 316 van Verordening (EU) nr. 575/2013, van de onderneming in het voorgaande boekjaar;

d) ingeval het een natuurlijke persoon betreft, administratieve geldboeten die oplopen tot 5 000 000 EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, het overeenkomstige bedrag in de nationale valuta op 17 juli 2013;

e) administratieve geldboeten oplopend tot tweemaal het bedrag van de aan de inbreuk ontleende winst indien deze kan worden bepaald;

f) schorsing van de stemrechten van de aandeelhouder(s) die verantwoordelijk word(t)(en) geacht voor de in lid 1 bedoelde inbreuk.

Indien de onderneming een dochteronderneming van een moederonderneming is, zijn de desbetreffende bruto-inkomsten gelijk aan de bruto-inkomsten die blijken uit de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederonderneming in het voorgaande boekjaar.